Goostblog

  • Speciale uitgave
  • Jenny
  • Montcélèbre
  • De Koe
  • De Mac en de dood
  • Afronden
  • Kijk filosofietje
  • Vogels (gedicht)
  • Kerstkaart 2009
  • Sabbatical
  • Bouwfilosoof
  • Chabbert
  • Curiosite
  • Lenen
  • Oud en cynisch?
  • Oostenrijk
  • Opdrachten?
  • Afscheid van de BaN
  • Wegenbouwers
  • M'n nieuwe boek
  • Kerstkaartgevoel
  • Arend en Antje
  • Duo Bouwradius
  • Droom 1313
  • Golfc(l)inic
  • Safari vervolg
  • Safari
  • Nachtgedachten
  • Sloopboek
  • Lieve Mamma
  • Anti Muziek
  • Beleggingsfilosofietje
  • Guitarra
  • Bart
  • Koffie met appelgebak 4,75
  • Kerstkaarten
  • Vier Heemskinderen
  • Neven en Nichten dag 2
  • Neven en Nichten dag 1
  • Gokkers
  • Accordeon
  • Schilderdip
  • Merkentrouw
  • Paul
  • 66
  • Vliegende Hollander
  • Hoop
  • Yoep
  • Mannen onder elkaar
  • Marktplaats
  • Brillenwinkels
  • Bouwbeurs
  • Speciale uitgave

    20 januari 2011

    Straatkrnt Bij de Digros staat vaak een vrouwtje met de Straatkrant. Ze staat daar in weer en wind. Laatst werd ze door de bedrijfsleider weggejaagd uit het portaal voor de winkel, omdat ze daar stond te schuilen voor de regen en de kou. Als een zwerfhond.
    Je kunt natuurlijk je bedenkingen hebben bij de achtergronden. Misschien staat ze onder invloed van een Oost-Europese maffia, of een pooier die haar controleert, haar standplaats verhuurt en een groot deel van het geld dat ze bij elkaar schooiert weer afpakt.. Ik zie haar ook wel eens in de winkel als ze daar wat te eten of te drinken koopt. Lijkt me geen probleem.
    Maar laatst was een vriendin hoogst verontwaardigd. Ze had de Straatkrant-mevrouw gezien bij de slager waar ze kleingeld wisselde. Ik zou denken; de slager blij, want bij de bank moet hij voor kleingeld betalen. En zij is geholpen aan wat handzamer valuta.
    "Ze wisselde wel veertig euro", .zei de vriendin op hoge toon.
    "En?" vroeg ik, niet begrijpend waar de verontwaardiging vandaan kwam.
    "Nou dat staat daar maar heel zielig te doen" gaf de vriendin als antwoord.
    "En weetje, ze kijkt hel gemeen uit haar ogen. Ik vertrouw haar voor geen cent. Zoveel geld en dan maar zielig doen. Nou ik geef nooit meer."
    De vriendin was echt verontwaardigd. Overigens heeft ze zelf meer als een miljoen op de bank staan. Niet zelf verdiend hoor; familie geld.
    Altijd als ik nu de Straatkrant-mevrouw zie geef ik extra. We zijn zelfs een beetje vrienden geworden. Een Straatkrant koop ik niet. Als ik haar geld geef. dan zeg dat ik spaar voor een speciale uitgave. De eerste keer keek ze mee niet begrijpend aan. Ik heb haar uitgelegd wat een speciale uitgave is.
    'Wat staat in?" vroeg ze mij?
    "Die krant staat vol met geluk" zei ik. "Maar niet iedereen kan die krant zo maar lezen."
    Ze keek me niet begrijpen aan.
    "Geen krant van papier. Een krant van gevoel die wordt gedrukt in je hoofd." legde ik uit.
    Ze lachte, maar of ze het had begrepen? Ik weet het niet.
    Laatst investeerde ik weer eens wat geld die speciale uitgave.
    "Ik spaar nog steeds voor de speciale uitgave" verklaarde ik.
    Ze lachte.
    "Ja ja." antwoordde ze en legde haar hand op haar voorhoofd.
    Ze had plezier. Ik ook. Ons geheim.

    Jenny

    22 november 2010

    De kleine drukkerij van Ben lag vroeger aan de hoofdstraat van ons dorp. Ze hadden een winkeltje voor het bestellen van familie- en klein zakelijk drukwerk. Daar stonden, lang voor mijn tijd, een stencilmachine en een lichtdrukapparaat.
    Met de komst van een echt kopieerapparaat kwamen er steeds meer gewone burgers om voor een luttel bedrag kopietjes te laten maken. Toen ik er voor het eerst kwam stond er al een redelijk professionele HP printer. Het apparaat werd bediend door een lange spichtige vrouw van middelbare leeftijd. Dat was Jenny. Zij heeft in de loop van de tijd heel veel cursusmateriaal voor mij gekopieerd. Later sloot Ben zich aan bij een franchise organisatie. Het bedrijf verdween uit het dorpscentrum en verhuisde naar de rand van het dorp. Jenny ging mee.
    En ze groeide ook mee met de steeds complexer wordende machines. Hoewel, mijn creativiteit moet haar wel eens tot wanhoop hebben gebracht. Maar met veel knip en plakwerk wist ze meestal aan mijn kopieer wensen te voldoen. Of vaak, bijna te voldoen.
    Op een keer wilde ik om didactische redenen een tekening, origineel formaat A4 ( ca 20 x 30 cm) vergroten. Tot die tijd was A3 (30 x 40 cm) het hoogst haalbare. Maar nu meldde Jenny een nieuwe printer; die kon tot A0 (120 x 80 cm) vergroten. Het leek me eigenlijk wel fijn om mij tekeningen te vergroten tot A1 (80 x 60 cm).
    Toen ik de opdracht kwam afhalen meldde Jenny trots dat het was gelukt. Om nog even te kijken wat de uitkomst was rolde ik de vellen uit. Het waren inderdaad A1 vellen, alleen de tekening was op het originele A4 gebleven. Na veel gemopper van Jenny's kant en nog een paar keer proberen is het toch goed gekomen. Ben heeft de zaak al lang geleden verkocht. De drukkerij is ondertussen een grote copyshop geworden. Jenny is met pensioen, en ik om er allen nog maar als ik weer eens een gekke kerstkaart wil maken.
    Kort geleden stond ik weer eens aan de balie. Een paar tekeningen die op een stickie stonden waren voor mij op A3 worden afgedrukt. Ik was aan het afrekenen met een voor mij onbekende mevrouw. Of ze echt nieuw was wist ik niet want ik was er de laatste maanden niet meer geweest. Achter in de zaak stond, Tonny, de vrouw die Jenny min of meer was opgevold. Ze had even naar mij gezwaaid, maar kwam nu naar de balie.
    "Weet jij het al van Jenny?' vroeg ze mij.
    "Geen idee" zei ik, maar naar haar gezicht te oordelen ging ze me vertellen dat ze dood was.
    "Ze is dood" zei ze.
    Ik kreeg nog een aantal details over haar ziekte en haar erbarmelijk overlijden.
    "Ze is gecremeerd", zei ze ter afsluiting.
    Toen ik naar buiten liep moest ik denken aan die keer dat Jenny met uitleg vroeg over een meerjarig tijdschema. Volgens mij was dat zelfs die keer van die vergrotingen. De complexiteit was haar wat te veel. Maar de relatie tussen allerlei dingen die moesten gebeuren en de tijd begreep ze wel.
    "Tijd , wat is tijd?" zei ze hoofdschuddend; "En dat op een papiertje".
    Ze keek me aan. Ik zoog op de twee pepermuntjes die uit het schaaltje op.
    'Maar ik heb wel gekker afgedrukt", sprak ze geruststellend.
    Jenny, bestaat nog even in deze overpeinzing, een stip op mijn tijdlijn.

    Montcélèbre

    10 augustus 2010

    Montcélèbre. In het Frans heet het een 'hameau', een gehucht. Het maakt onderdeel uit van Cesseras. Een gemeente met zo'n vierhonderd inwoners.
    Je komt er door op de autoroute A61 de afslag Lezignan-Corbiëres te nemen. Je gaat dan naar het noorden, richting de donkere heuvels van de Montagne Noir. Als je dan Olonzac bent gepasseerd rijd je nog een ongeveer zes kilometer (D182) door een breed dal met alleen wijngaarden. Al snel zie je recht voor je de toren van Cesseras. In de verte rechts en links de torens van Azillanet en Siran.
    In het dorp kruis je al na honderd meter de D168. Je rijd langs het dorpscafé met z'n terras onder zware platanen. Gewoon doorrijden. Gelegenheid voor een glas rode wijn biedt zich de komende tijd nog voldoende aan. Bijvoorbeeld, wanneer je vrijdagavond moet wachten op een heerlijke pizza die je hebt besteld bij de mobile pizzabakker. Of als passant, terugkomend van de bakker in Olonzac.
    Bij het café dus rechtdoor rijden, richting Fauzan. Langs het kerkhof rijd je het dorp weer uit. Even oppassen bij de wegversmalling op het bruggetje. Daarna een weg met veel bochten de heuvels in. Halverwege is een parkeerplaats met mooi uitzicht over het dal. Je stijgt van zeeniveau in het dal naar ongeveer tweehonderd en vijftig meter hoogte. Overal zie je al de oude gestapelde muren die de hellingen verdelen in kleine terrassen, met hier en daar een kleine wijn- of olijfgaard. Bijna boven zie je links de eerste wat grotere wijngaarden. Na een enkele haarspeldbocht bereik je de afslag naar Minerve (D10). Hier ook al een wegwijzer naar Montcélèbre. Over een slecht wegdek hobbel je richting de stacaravan van Marcel en Christine. Die gaan daar een ecologisch huis bouwen. Bij de splitsing rechts aanhouden. Bij de T-kruising rechts en daarna links naar boven. Nu ben je officieel in de hameau; The Hill, zoals buurman Derrick deze plek noemt.
    Het weggetje waar je nu op rijdt loopt door tot de D10, de weg tussen Azillanet en Minerve. De grens van de hameau ligt net voorbij de afslag naar de watertoren. Maar voordat je zover bent passeer je een paar huizen. Zwager Wim woont, na een paar honderd meter, aan de linker kant; het op één na laatste huis voordat je het gehucht weer verlaat.
    Maar eerst passeer je aan de rechterkant een prachtig plekje. Langs een rustiek rotswandje staan veel bomen. Een klein paadje slingert zich naar beneden. Dat is ons stukje grond. Het kleinste stukje bouwgrond, 1900 m2, op Montcélèbre. Maar wel het mooiste. Als je er het komend voorjaar langs rijdt dan heb je kans dat er bouwactiviteiten plaats vinden. Hier komt dan 'Maison OO', een bescheiden onderkomen waar wij de komende jaren op het terras koffie drinken, de Midi Libre lezen en tegen het eind van de dag rode wijn zullen nuttigen. En dan ben je welkom.

    De Koe

    20 juli 2010

    De 'Koe' is weer gerepareerd. Had ik gerestaureerd nadat ze een beetje was gaan rotten. Toch hardstikke duur materiaal; echt Bruinzeel hechthout en goed geverfd en met jachtlak afgewerkt. Tijdens de restauratie ook nog een oor afgebroken tijdens een schoolproject van één van m'n kleinzoons, maar nu weer als nieuw, En wat ook belangrijk is; heel anders! De buik scharniert nu, middels twee roestvrij stalen scharnieren en het oor is er wat ondeugend schuin aangezet. De wilde kleuren zijn vervangen door avontuurlijk zwart - wit.
    Eigenlijk een topbeeld, overigens net als de vogels. Maar helaas ik ben zelf de enige die er echte kunst in ziet. Op enkele wel willende familieleden na, die zoiets wel willen adopteren.
    Ik zit boordevol kunst. In m'n hoofd en in m'n handen. Maar het blijft zo bij me. Het wil niet weg. Als ik dood ga zitten m'n kinderen hoogst waarschijnlijk vol verbazing te kijken naar de hoeveelheid troep die ik bij elkaar heb gekrabbeld en gekladderd. En dan heb ik het meest zelf al afgekeurd en weggegooid. Ik ben best kritisch ten opzichte van m'n persoonlijke oeuvre. Maar ze zijn natuurlijk niet te vergelijken met de ijverig gefiguurzaagde koffiepotten van Klaas Gubbels.
    Maar terug naar de 'Koe'. Ze moet nog wel worden afgewerkt. Lekker gesopt met jachtlak en voetjes van bitumen. Kan ze er zo maar weer tien jaar tegen. Staat prachtig op het terras of nog mooier in het gazon. In dat laatste geval vergt ze wel wat meer onderhoud. Maar ze kan ook goed binnen staan. Jij wilt ook wel een koe of een vogel. Kan, maar dat kost wel wat. Met een kunstenaarsuurloon van een tientje, ongeveer honderd euro aan materiaal en wat algemene kosten komt zo'n kunstwerk op ongeveer vijfhonderd euro. Maar wel een prima investering, Over een jaar of vijfentwintig, als de maker tot as is en de 'Koe' met hier en daar een rottig plekje nog steeds op haar poten bij jou in de kamer staat, dan zal hij zeker het tienvoudige waard zijn; denk ik.
    Deze Koe is eigenlijk voorbestemd voor grazige weiden ergens in Hilversum. Voorlopig staat hij nog, weer en wind trotserend, bij ons in Sassem.

    De Mac en de dood

    7 april 2010

    Jules Deelder is er niet van overtuigd dat de regel ' elk mens gaat dood', ook voor hem geldt. Hij weet zich er vooralsnog steeds aan te onttrekken. Iedereen denkt daar ook wel eens over na. Zeker een dromer als ik.
    Ik ben nogal claustrofobisch, dus als het aan mij ligt wordt ik niet begraven. Ook geen grafzerk. Een wat mij betreft onnuttig ding. Zij die me willen herinneren doen maar even hun ogen dicht en proberen me maar even voor de geest te halen. Als dat niet meer lukt dan is het over. Een tijdje wordt een enkeling nog aan mij herinnerd door m'n geschriften, tekeningen, foto's en beelden. Tegen de tijd dat dit alles bij de vuilstort ligt of bij het oud papier terecht komt is het definitief over en uit.
    En dan is er nog mijn ouwe trouwe Mac. Wel de zoveelste in de hierarchie, maar hij was mijn trouwe kameraad. Verbergt al m'n geheimen en gedachten. Eigenlijk zou hij de harde schijf automatisch moeten wissen als z'n baasje niet meer voor hem kan zorgen. Daar bedenk ik nog wel wat op. Dus als je nog wat van me wil weten.....!

    Afronden

    31 januari 2010

    Ik ben nog steeds bezig met het afronden van m'n professionele loopbaan. In eerste instantie denk je dat je aan een lange sabbatical bezig bent, maar gaande weg groeit het besef dat je er definitief een einde aan moet breien.
    Op 27 mei a.s. ben ik voor de laatste keer officieel betrokken bij een BOB-activiteit. Het is de laatste vergadering van een examencommissie die ik mag voorzitten. Daarmee komt een eind aan een veertigjarige relatie. Een goede aanleiding om een korte BOB-biografie op te stellen.
    Klik hier voor m'n BOB-story
    Ik ben van plan om ook de andere opleidingsstromen in mijn leven te beschrijven. Naast Opleidingen Bouwcentrum / BOB waren er ook nog Aannemersstafopleiding (ASO) / HTS Utrecht en de SVB-Bouwradius. Wellicht ga ik daarna alles nog eens samenvatten in het verhaal van Oostergetel BV, opgericht d.d 7 augustus 1987.

    KIJK filosofietje

    14 januari 2010

    Vogels

    10 januari 2010

    bij ons in de tuin zijn
    alle turkse tortels geassimileerd
    mussen vallen van het dak
    door friese door en steltlopers
    wordt de kraaienmars gerepeteerd
    voor het vlaamse gajus

    de zeemeeuw is aangemonsterd
    ginds de reiger die schijt
    op eenden en ander kwakend tuig
    dappere mezen aan de bal
    de walgvogel die z'n vliegangst verbijt
    blijft nog maar even

    autochtone merels en lijsters
    piernwuppend in het gras
    de wilde vredesduif is tam
    politiek en oorlog zat
    en tikkend tegen spiegelglas
    ons roodborstpaartje

    in dat spiegelglas vaag
    het beeld van een rare vogel
    die knipogend naar de ekster
    zoekend naar meer pluimage
    met vederlicht gegoochel
    een vogelgedichtje schrijft


    en de pimpelmees....
    die neemt er nog eentje

    Kerstkaart 2009

    23 november 2009

    Natuurlijk ook via deze site een kerstgroet voor de enkeling die langs komt. Dit jaar de kerstkaart weer eens heel anders aangepakt. In het teken van de tijd. Soberheid troef en vooral uiterst milieu vriendelijk. Als ondergrond een restantje stucloper, overgebleven na het schilderen van de kamers op de begane grond. De verf komt van twee restjes spuitbus. Op zich natuurlijk niet zo milieuvriendelijk dat drijfgas, maar ik had ze toch. Nu zijn ze leeg. Op de achterkant nu een wat ingewikkeld gedicht, maar het geeft goed aan wat ik voel rond deze tijd. En Tineke kon zich er ook wel in vinden vandaar dat het er op mocht. Er is ook een mailversie die ik stuur naar die mensen waarvan mij het gewone ouderwetse adres ontbeert.

    Sabbatical

    23 november 2009
    Zo zou het ongeveer zijn. Even met pensioen gaan. Als een sabbatical, maar dan voor onbepaalde tijd. Niet echt definitief eruit stappen, maar je werkmaatjes en je contacten aanhouden, zodat je zo weer op de een of andere manier op zou kunnen stappen. Een aardige gedachte, maar het werkte niet. In eerste instantie leek het of ik niet los maken van m'n werk. Het werk maakte zich los van mij. Er werd niet meer op mij gerekend dus ik werd niet meer gebeld en niet meer gemaild. En dan ga je je beseffen dat je sociale leven zich voornamelijk rond het werk afspeelde. Het werd stil, verdomde stil. Ik ging mezelf opdrachten geven. Bijvoorbeeld om een idee voor een cursus uit te werken. Maar ook dat werkte niet. Nu heb ik besloten om m'n professie maar helemaal achter me te laten. Ik ga andere dingen doen. Wat weet ik nog niet. Voorlopig heb ik het te druk om daar mee bezig te zijn.

    Bouwfilosoof

    23 juli 2009
    Vanaf 1 juli 2009 heb ik mij gevestigd als bouwfilosoof. Niet dat ik daar iemand mee lastig zal vallen, maar het is gewoon voor mezelf. Ik zie het wel als een nieuwe stap in m'n professionele ontwikkeling. Na meer als een halve eeuw bouw is dit het sluitstuk van m'n loopbaan. Hoewel ik de hele bouw tot m'n filosofisch werkterrein beschouw, voel ik mij het meest verbonden met de opleidingen in de bouw en met projectmanagement. Maar ik heb ook de erfenis van 25 jaar verbondenheid met de belangrijkste post hbo bedrijfskunde voor aannemingsbedrijven, de ASO. Dus naast de algemene term 'bouwfilosoof' zal ik afhankelijk van het filosofische onderwerp ook kunnen ondertekenen met 'opleidingenfilosoof', 'projectfilosoof' of 'bedrijfsfilosoof'. Als bouwfilosoof zal ik vooral voortborduren over zaken die ik tijdens de voorgaande jaren heb bedacht en die een min of meer filosofisch karakter hebben. Voor diegenen die geïnteresseerd zijn zal ik op het professionele deel van deze site regelmatig mijn gedachten opschrijven.

    Chabbert

    12 juni 2009
    Ik heb altijd al eens een restaurantrecensie willen schrijven. De kans heb ik nu we een weekje op familiebezoek zijn in Zuid Frankrijk. We gaan naar Chabbert. in Fauzan, l' Herault. Elke dag geopend alleen 's middags, maar niet op vrijdag.

    Fauzan
    Via het dorpje Cesseras rijdt je over de D 182 richting Fauzan. Het gehucht ligt op de laatste zuidelijke heuvelrug van de Montagne Noir. Voordat je boven bent wordt je getrakteerd op prachtige vergezichten. Een groene vallei strekt zich over ongeveer vijftig kilometer uit tot aan de Pyréneeën. Op weg er naar toe zien we eerst Fauzan op de tegenoverliggende heuvel. Even afgescheiden (rechts op de fotot) is, door de bomen, het wit van het restaurant net zichtbaar. Op de ruime parkeerplaats staan maar enkele voitures. Vandaag is er voldoende ruimte maar morgen, op zondag, is het complet. Er is wel een terras met en prachtige tuin, maar er kan niet buiten worden gegeten. Het restaurant zelf heeft alles van een ruime boerenschuur. Maar het is wel speciaal voor het restaurant gebouwd. Ons gezelschap van vier personen wordt zeer vriendelijk begroet door Gerard Cabbert. Hij is verantwoordelijk voor de bediening. In de keuken wordt de scepter gezwaaid door Jocelyn Chabbert. Grandmere Chabbert helpt waar nodig is
    De tafels zijn heel mooi gedekt met wit linnen en voorzien van verse bloemen. De menu's zijn overzichtelijk en laag geprijsd. Ik kies voor een menu van € 22.-.bestaande uit truite, daarna gevogelte en een desert.
    De wijn is inclusief. Voor begeleiding van de entrees kiezen we rode Minervois uit de eigen cave van Domaine Chabbert. De streek levert prachtige dieprode wijn. In dit geval is ze zacht, rond en stevig. Ik proef iets van bramen en ruik soms iets tijm. De afdronk is perfect. Bij de vis kies ik voor een rose. Die is droog met veel smaak, maar minder kruidig. Overigens ook uit eigen huis.
    We beginnen met kaas en worst uit de streek met een vleugje knoflook. Daarna een pittge pate van gevogelte. Alles natuurlijk met vers stokbrood a la campagne. De vis is in ruim olijfolie gebakken. Ze laat zich heel gemakkelijk fileren. De mooi roze vis smaakt lekker kruidig en combineert goed met de rose. Het kleine stukje gevogelte dat volgt smelt in de mond en is gewoon erg lekker. Erbij wordt een garnituur geserveerd met culinaire verassingen. Zelfs de partjes kleine aardappeltjes zijn bijzonder. Ik ben ondertussen weer overgegaan op de rode wijn. Als dessert hebben we gekozen voor heel gewoon aardbeien met ijs. Bij de koffie kregen we een cognac aangeboden. Dat laatste is niet standaard, maar is te danken aan de vriendschap van een van de disgenoten met het huis. Dit bezoek was een belevenis. Een recensie schrijven is ook nagenieten, zeker over een restaurant dat naar mijn bescheiden mening een ster verdient.

    Curiosité de Lauriole

    11 juni 2009
    Zuid Frankrijk, Herault, D182 van Cesseras naar Fauzan.

    Bij de afslag naar Montcelebre verwijst een officieel bordje naar de Curiosité de Lauriole. Nieuwsgierig geworden rijden we door. Er volgen nog een paar dezelfde bordjes. Als je niet beter weet rijd je de 'curiosité' gewoon voorbij; de bordjes houden opeens op. Nergens ook maar iets te bespeuren dat ook maar op enige bijzonderheid duidt. Bij het laatste bordje op een Y-splitsing gaat de linker afsla ligt omhoog. Er is ook een vage streep op het wegdek. Alsof er ooit eens de finishlijn of tussensprint van een wielerwedstrijd was. Wij zetten onze auto net over de streep op de ligt stijgende helling. Volgens de instructies van onze gastheer gaat de auto op de handrem, de motor uit en de versnelling in de vrijstand. Voorzichtig laten we de handrem iets los. En dan gebeurd het. De auto begint langzaam tegen de helling op te rollen, steeds sneller. We zijn stom verbaasd. Het geeft dan ook een heel speciaal gevoel. Het is het beste te vergelijken met de situatie waarbij je stilstaat en een auto naast je begint te rijden, waar bij het lijkt en ook voelt alsof je achteruit rijdt. Ongeveer honderd meter verder, net voorbij een flauwe bocht staan we weer stil. We keren de auto en rijden weer naar de streep. Nu met de voorkant van de auto naar beneden. De motor weer uit en als we de handrem los laten rijdt de auto weer vanzelf naar boven Nu dus achteruit. Navraag leert ons dat alles wat rond is naar 'boven' rolt, van voetbal tot fiets. Er is geen logische verklaring beschikbaar voor dit kleine wonder. En als die er is, dan is het niet leuk om die te weten. Het is gewoon een heel bijzonder gevoel om tegen elke logica in vanzelf tegen een helling op te rijden. Een dergelijk plekje in Nederland zou al gauw opvallen door een snackkar of een andere toeristisch merkpunt. Hier is de 'curiosité' onzichtbaar op de vage streep na. Veel bordjesvolgers zullen na veel zoeken nijdig de weg vervolgen zonder het wonder te hebben ervaren.

    Lenen

    17 mei 2009
    Van m'n buurman heb ik een graswals geleend. Die stond bij hem in de schuur. Niet dat hij ook maar een vierkante metertje gras heeft, maar hij stond er toch. Die heb ik dus even geleend om mijn gazon te behandelen. Normaal stamp ik het gras na het verticuteren even aan met m'n tuinklompen, maar ik had het ding bij Jan zien staan. Op een regenachtige voorjaarsavond heb ik m'n buren geconfronteerd met de vraag: " Mag ik die wals even lenen?" Geen probleem. Maar nu staat die wals nog steeds bij mij achter het huis. Eigenlijk moet ik hem terug brengen, maar steeds bedenk ik dat ik hem misschien nog wel even nodig heb. En dat deed me vanavond denken aan dingen die ik in m'n leven geleend heb. Ik heb van alles geleend, van verhalen tot een racefiets. Vaak heb ik dingen heel lang geleend. Maar een ding spant de kroon. De klarinet van Fetze Peilman. Toen ik een jaar of vijftien was speelde ik accordeon en een beetje gitaar. Maar ik was ook heel erg benieuwd naar andere muziek instrumenten. Zo had ik al eens een viool geleend, maar die moest ik helaas weer teruggeven toen ik er net een paar toontjes op kon spelen. Maar de klarinet van Fetze was een heel ander verhaal. Daar heb ik zelfs triomfen mee gevierd. Het was een eenvoudig instrument. Helaas in de oude B-stemming terwijl je om in bandjes (voornamelijk dixieland) te spelen een Bes instrument nodig had. Toen ik later toch in bandjes speelde loste ik dat probleem op door het 'tonnetje' wat uit te schuiven. De klarinet was ik een beetje gaan beschouwen als mijn eigendom. Ik heb er zelfs prijzen meegewonnen.


    Dixieland in Ogterop en in de Markthallen.
    Meppel 1959


    Tijdens een talentenjacht van de Avro in hotel Ogterop te Meppel kreeg ik de solistenprijs. Een prachtig bekertje dat ik helaas dezelfde avond ben verloren. We speelden toen ook tijdens de Meppeldagen in de Markthallen en bij het haastige changement ben ik het kleinood uit het oog verloren. Tijdens m'n diensttijd heb ik vier maanden in de Kromhout in Utrecht gelegen. Daar speelde ik in een Welfare bandje. We speelden hoofdzakelijk op officiersfeestjes. Maar we hebben ook een prijs gewonnen op een militair muziekconcours. Door dat optreden kwam ik een dag te laat aan bij m'n nieuwe legerplaats, de 106 Zware Wielvoertuigen Herstel Compagnie in Assen. De compagnies sergeant majoor (csm) was niet onder de indruk van m'n verrichtingen. Ik kon volgende twaalf maanden weinig goeds bij hem doen. Korte tijd later, tijdens m'n verlof, raakte ik m'n klarinet ook nog eens kwijt. Mijn zusje had tegen Fetze vertelt over mijn successen met zijn klarinet. Hij eiste het ding terug. Ik heb hem het instrument teruggegeven met het voornemen om zelf een klarinet aan te schaffen. Maar daar is het nooit van gekomen. Waarom niet? Geen idee!. O ja. Tussendoor heb ik nog jarenlang een ternorsax in bruikleen gehad van een muziekvereniging en een trompet van de vader van een vriendje. Met de saxofoon heb ik zelfs een tijdje in een dansorkest gespeeld. Met de trompet is het niets geworden.

    Oud en cynisch?

    5 mei 2009
    M'n werkzame leven verdwijnt nu razend snel. Er is steeds meer tijd om beschouwend om je heen te kijken. En ik moet wel zeggen dat het me steeds cynischer maakt. Al die druktemakers om me heen. Kijk nu eens naar de huidige crisis. De arrogante roofridders met hun gestolen bonussen komen er gewoon mee weg. Er wordt wel wat gesputterd, maar niemand doet er iets aan. Vroeger vond je de roofridders vooral in de criminele hoek en de medisch specialisten en voetballers. Maar daar wordt al lang niet meer het meeste geld gehaald. Het zijn nu de mannen in het driedelig grijs en streep. Bankdirecteuren, bestuurders van woningcorporaties, zorginstellingen en andere nonprofit bedrijven.
    Aan de andere kant heb je de nieuwe lijfeigenen. Ze worden nu werknemers genoemd, zoet gehouden met laffe praatjes over koopkracht en bang gemaakt met voorspellingen over pensioenkortingen en werkeloosheidsdreiging. De laagste kaste in ons land wordt gevormd door de bijstandstrekkers. Zelfs van hun ruggen weten de roofridders nog heel wat geld bij elkaar te schrapen. En in het midden heb je dan nog een hele grote groep sukkels, de zogenaamde middeninkomens en de middenstand. Ik voel me een van hen en heb er vrede mee. De energie om nog een echte boef te worden vloeit langzaam weg. Voorlopig blijf ik maar even zitten waar ik zit. Het zal mijn tijd wel duren. Mijn belangrijkste bijdrage aan de samenleving lijkt nu het zo snel mogelijk opmaken van mijn bescheiden kapitaaltje. En eigelijk ben ik daar niet zo goed in.

    Oostenrijk

    19 maart 2009
    Je wordt ouder. Als je al je haren houdt, worden ze grijs. En je principes vervagen. Ze zijn er nog wel, maar ze dringen zich minder op wanneer er keuzes gemaakt moeten worden of als er zich alternatieven aanbieden. Onze wintersportvakantie is een wintervakantie geworden. En 'allesbehalve Oostenrijk' is verlaten. We zijn dus nu voor het eerst bij Frankfurt rechts afgeslagen. Via Nürnberg, München en dreieck Inntal zijn we in het Tirolerdal Wildschönau terecht gekomen. Onze oude Saab 9000 kreeg de schrik van haar leven toen er een Oostenrijkse sticker op de voorruit werd geplakt. Op naar de Lederhosen en het Klätschentanzen in Oberau. Maar ik moet zeggen; het werd een uiterst prettige vakantie.
    Ons hotel heeft duidelijk Sissi-achtige trekjes, met koepeltjes, veel krullen en tierlantijnen en levensgrote gesmede letters 'Grüss Gott' op de voordeur. De gemütlichkeit straalt er van af, buiten en binnen.
    En er was sneeuw, veel sneeuw. Helaas bleek ons slechts twee dagen zonneschijn gegund. Gelukkig werden de wandelpaden, de loipes en de piste fanatiek verzorgd. Veel gewandeld, weinig geskied en plannen gemaakt om ook langlaufen te gaan beoefenen. In ons hotelletje slechts een Nederlands gezin, maar het buurdorp Niederau leek wel door onze landgenoten geannexeerd.
    Ons plekje was erg leuk, de plaats, het hotel en de omgeving .We hebben het plan om nog eens terug te gaan. Maar we aanvaardden ook zeer welgemoed de terugreis. De oude Saab knorde tevreden in negen uur negenhonderd en zestig kilometer weg.

    Opdrachten?

    25 februari 2009
    De laatste tijd waren er wat leuke opdrachten, maar nu is het stil. Erg stil zelfs. En het lijkt wel of m'n creativiteit, bij gebrek aan respons, langzaam opdroogt. Er lopen hier en daar nog wat voorstelletjes, maar die schieten nog geen wortel. Ik heb besloten om maar weer voor me zelf te beginnen. Gewoon mezelf opdrachten geven.
    De eerste is een boekje 'Taakmanagement in beeld'. Jaren geleden hebben we deze term als werktitel gebruikt voor het ontwikkelen van een opleidingsproduct. Het boekje vertelt in weinig woorden en veel cartoons wat een 'taakmanager' zou moeten weten en kunnen.
    De tweede opdracht betreft het ontwikkelen van een script en een draaiboek voor een korte documentaire. Twee oude mannen maken nog een keer een fietstocht. Bijna zestig jaar geleden fietsten ze regelmatig van Meppel naar hun grootouders in den Hulst. Een afstand van ongeveer twintig kilometer. Hoe ervaren ze de afstand en de veranderingen tussen herinnering en heden.
    Voorlopig schiet het allemaal nog niet echt op. Maar ik heb me al gecommitteerd door aan verschillende betrokkenen te vertellen dat ik er mee bezig ben. Via deze blog zal ik je op de hoogte houden van de stand van zaken.

    Afscheid van de BaN

    10 januari 2009
    Weer een periode in m'n leven afgesloten. Ik heb afscheid genomen als docent van de Academie voor Bouw en Infra (voorheen BaN).
    In het begin van de negentigerjaren hebben Steven van Andel, de toenmalige directeur van de HTS Vondellaan (Utrecht) en ik het idee ontwikkeld voor een hbo deeltijdopleiding.
    De oorsprong van het idee lag bij een studente van de Aannemersstafopleiding (ASO). Ze was tot deze post-hbo opleiding toegelaten op basis van een afgeronde mbo-studie en het Aannemersdiploma. Na haar afstuderen kwamen we haar tegen bij een bijeenkomst voor de viering van het 35 jarig bestaan van de ASO. Ten tijde van die studie was ze uitvoerder bij een groot wegenbouwbedrijf, nu was ze projectleider. Ze vertelde ons over haar werk en het feit dat ze het jammer vond dat ze geen hts-diploma had gehaald. Het ASO-diploma, werd niet erkend als hbo. Ze had ondertussen wel een functie op hbo-niveau en dat ging haar goed af.De enige mogelijkheid voor haar om alsnog een hbo-diploma te halen was de avond-hts en dat zag ze in combinatie met haar baan niet zitten. Zij was min of meer de oorzaak dat Steven ik afspraken om een doorstroom mogelijkheid te ontwikkelen voor mbo-ers met praktijkervaring.
    Dat is uiteindelijk de Bouwacademie Nederland geworden. Vanaf dat moment tot heden ben ik bij de BaN en later de Academie voor Bouw en Infra betrokken geweest. Ik heb de eerste schetsen voor de opleiding gemaakt. Mijn droom was een internetopleiding. Een schriftelijke opleiding, maar dan via het wondermedium dat zich in die tijd razendsnel ontwikkelde. Maar ik had geen rekening gehouden met de stugge, stroperige en conservatieve onderwijswereld. Dus de droom is maar heel gedeeltelijk uitgekomen.
    Ik ga nu m'n archieven van de BaN en AB&I eens doorspitten om herinneringen op te halen. Misschien wordt het wel een (digitaal) boekje. Ik heb al wel een klein overzichtje gemaakt, afgeleid van een afscheidsbrief die ik naar m'n , nu ex, collega's heb gestuurd.
    (Klik)
    De studente heeft nog wel een poging gewaagd om via de BaN haar hbo-diploma te halen. Ze is gestrand op de starheid van de het opleidingssysteem. Nu is ze directeur van een belangrijke dochteronderneming van Dura-Vermeer.

    Wegenbouwers

    29 december 2008
    Weer een hele leuke opdracht. Voor BAM Wegen wil Bouwradius een aantal cartoons gebruiken. Het is de bedoeling dat op een bijeenomst voor het hele bedrijf een aantal stellingen worden ontwikkeld. De inhoud van de stelling moet ondersteund worden door een cartoon. Van de meest relevante stellingen worden posters geproduceerd die in de diverse keten en kantoren van het bedrijf worden opgehangen.

    10 januari 2009
    Het is allemaal gelukt 9 groepen hebben elk een favoriete stelling bedacht en ingebracht. Ze zijn gekoppeld aan een cartoon. Iedereen lijkt erg enthousiast over het resultaat. Nu maar kijken wat ze er me gaan doen.

    Klik op deze cartoon om de Bam-serie te bekijken.

    M'n nieuwe boek

    18 december 2008
    Je nieuwe boek voor het eerst in handen houden is steeds weer een bijzondere ervaring. Het is een soort schrijversorgasme. Voor anderen moeilijk te begrijpen. Dit voorjaar ben ik er al mee begonnen. maar nu kan ik het echt in m'n handen houden. Het boek met de prozaïsche titel "Projectleider Sloopbedrijf". Het gevoel om dit voor de eerste keer als echt boek te zien, te ruiken en te voelen is geweldig.

    Voor dit boek heb ik veel nieuwe teksten gemaakt. Maar ik heb ook gebruik gemaakt van teksten die ik al lang geleden heb geschreven. Natuurlijk wel aangepast aan het onderwerp. Wat echt bijzonder voelt is, om mijn cartoons te zien die elk nieuw hoofdstuk inluiden.
    Een stukje tekst dat ik heel fijn vind om terug te lezen is "VAN DE AUTEUR' op bladzijde 13. Verder vallen me al mijn modellen en tekeningen op die de theorie verduidelijken. Volgens mij leest het boek mede daardoor heel gemakkelijk. Toch zullen de meeste lezers het als naslagwerk gebruiken en zich afhankelijk van hun interesse beperken tot bepaalde onderwerpen. Het geeft niet, ik heb elke letter getikt en elke tekening ontworpen. Het is mijn boek.
    Overigens m'n volgende bouwboek staat al op stapel. Het gaat over Taakmanagement. Het is bestemd voor praktijkmensen in het uitvoerende bouwbedrijf. En het wordt echt leuk. Uiteraard met veel tekeningen en voorbeelden. Er ligt ook een plan voor een studieboek over bedrijfskunde voor bouwbedrijven. Dit boek wordt gebaseerd op de syllabi van de Aannemersstafopleiding (ASO) . Uiteraard met medewerking van het docententeam. Naast een aantal eigen bijdragen wil ik daar vooral een redactierol vervullen. Daarnaast ben ik met een roman bezig die zich afspeelt in de wereld van projectmanagement; intriges, romantiek, misdaad en sex in de bouwwereld.

    Kerstkaartgevoel

    29 november 2008
    Het sneeuwt. Het is eind november. Grote vlokken dalen loodrecht naar beneden. Ze zijn zwaar en nat. Je hoort het getik van de regendruppels die zich tussen de sneeuwvlokken verstoppen. Maar op het bollenland bij ons achter komt toch al een witte waas. De grond is waarschijnlijk nog koud van de lichte nachtvorst.
    Goed moment om over de kerstkaart na te denken. Ik heb altijd de behoefte om zelf de kerstkaart te maken.
    Zie Kerstkaarten. Een kantenklare kaart in de winkel kopen voel ik een beetje als verraad. Alsof je te weinig geeft. Onzin natuurlijk. Voor elke kaart die je verstuurt moet je moeite doen. Hoewel dat door sommige mensen tot het minimale wordt beperkt. Die kopen een pak kaarten bij de supermarkt. De namen en adressen staan in de pc en de labelprinter poept de adressen uit. Ze moeten nog wel de moeite nemen om de label op de enveloppe te plakken. Maar ze hebben aan je gedacht. 34 cent voor je geplakt. Wel zelfklevend, dus niet een beetje DNA van het likje. Echter, het kan erger. Er zijn mensen die helemaal geen kerstkaarten sturen. Ik begrijp dat niet. Het gaat niet om wat je denkt van Kerst of van Oud & Nieuw, maar om de gelegenheid. Het heeft waarschijnlijk iets te maken met je innerlijke houding tegenover je omgeving. Mensen die geen kaarten sturen hebben waarschijnlijk ook niets met Sinterklaas of pakjes onder de Boom. Volgens mij missen ze de kans op wat extra warmte van de positieve energie die zowel het versturen en het ontvangen van kaarten opwekt. Voor mij is het hele kaartengedoe in ieder geval een feest. Niet alleen het maken van de kaart, maar ook de gedachten en het gevoel die bij me opkomen als ik de adressen schrijf. Zelfs het plakken van de postgzegel brengt me even heel dicht bij de geadresseerde. En dan het euforische gevoel als ik de kaarten in de rode bus laat glijden.
    Omgekeert is ook elke kaart die bij ons in de brievenbus glijdt voor mij een feest. Dus, vol verwachting klopt mijn hart.

    Arend en Antje

    17 november 2008
    OP een avond werd ik gebeld door de mijn onbekende Bas van Veen. Een man met een vriendelijke stem, die me vertelde dat hij met z'n familiestamboom bezig was.
    Het duurde echt even voor dat mijn mist van verwarring was opgetrokken. Toen begreep ik dat het ging om tante Antje. Tante Antje, geboren van Veen, was getrouwd met een broer van mijn opa, oom Arend uit Assen. Tante Antje en oom Arend vormden een heel bijzonder paar. Ze waren allebei heel klein. Meer uit de kluitengewassen lilliputters. Kinderloos, maar gek op kinderen. En oom Arend had een bochel. In mijn herinnering twee geweldig lieve mensen.

    Ik heb er een paar keer gelogeerd. Ik denk dat ik tussen de vijf en zeven jaar was.
    Tante Antje ging altijd met mij naar het park. En naar andere familie. Volgens mij was het familie van haar kant. Helaas voor Bas kan ik me verder niets van die bezoekjes herinneren. Ik was een kleine prins die me alle aandacht maar liet aanleunen. Oom Arend was er nooit bij, want die moest altijd werken. Hij was hoofdboekhouder bij brandstoffenhandel Bovenkerk. Ik herinner me vaag dat hij fijn kon voorlezen.
    Ze zijn allang dood. Alle naaste familie eveneens dood. Geen nazaten. Maar een man die moeizaam een stamboom probeert te knutselen en een paar oude bruine foto's zorgen ervoor dat ze weer even tot leven komen. Plaats van handeling mijn hoofd. En dat van jou nu je dit leest. Nu ik er over nadenk weet ik zeker dat ze goed terecht zijn gekomen. Het kan niet anders dan dat ze bij de hemelpoort door Petrus zijn gecast voor de groep van Gabriël ae. Immers, ze hadden hier op aarde al de fysiek en de inborst van engelen. De bochel van oom Arend verborg waarschijnlijk het begin van engelenvleugels.
    Ik weet in ieder geval bij wie ik straks even langs ga. Wellicht kunnen ze een goed woordje voor me doen.

    Duo Bouwradius

    22 september 2008
    Een droom.
    Ik liep door een lange verlichte gang. Aan beide kanten deuren van kleedkamers. Een meisje komt voorbij op een scooter met een dubbele uitlaat. Dan twee druk pratende vrouwen. Xandra en Klaudie. Ze waren ernstig aan het inpraten op Hans.
    Ik kreeg een zwarte kap over mijn hoofd. Twee gaten waardoor ik het probleem kon zien. Een circustent vol met kinderen. In de piste liep Jan Hoogkamer met Spikie. Het kleine hondje had zoals altijd een rode zakdoek om zijn hals. Het publiek begon zich duidelijk te vervelen.
    Ik gaf Hans mondeling een script door. Razendsnel verkleedden we ons tot clowns. Voor mij grote witte overschoenen, een grote broek met gele bretels en een groene pruik. Hans had een paar zwemvliezen gevonden, een ouderwets zwempak met badmuts en een stofjas. Met de lipstick van Klaudie zette ik bij ons beiden een rode streep over de mond. Als laatste een rode neus.

    De communicatie-instructie was eenvoudig; geeft niet wat je zegt als het maar hard is. De inhoud van het verhaal was nog eenvoudiger. Ik blies een grote ballon op en Hans moest die lek prikken. Hij moest op een rode stip gaan staan. tien passen bij me vandaan .
    Toen de eerste ballon zowat z'n volle omvang had, kwam Hans onhandig op de zwemvliezen met een ouderwetse prikstok in de aanslag aangewaggeld. Ik deed alsof ik het niet zag. Het publiek gilde en schreeuwde opgewonden waarschuwingen. Op het laatste moment, de prikstok raakte bijna de ballon, liet ik de ballon los. Die schoot met het bekende lange scheetgeluid het publiek in. Grote hilariteit.
    Ik zette Hans weer op de rode stip en begon een nieuwe ballon op te blazen. Weer liet ik de ballon op het laatste moment los. Het publiek ging nu echt uit de bol. Ik zag dat een opa met een overactieve blaas op de derde rij het van de spanning niet droog hield. Sommige kinderen renden de piste in om mij te waarschuwen, of om Hans tegen te houden.
    De laatste keer, toen ik een hele grote ballon had opgeblazen lukte het Hans de ballon te prikken. Een enorme knal en ik een wit gezicht van de meel die in de ballon zat. Overweldigend applaus. Het scooter meisje hield jurybordjes omhoog; voor de inhoud een 4 en voor de uitvoering een 7. Klaudie en Xandra kwamen de piste in. Ze kondigden de grote parade aan, maar eerst mocht het publiek nog roepen welk optreden ze nog een keer wilden zien.
    Het hele publiek gilde: "Clowns, clowns, clowns.......!!!!!!!!". De kinderen trommelden met hun vuistjes op hun tafeltjes en op de rand van de piste.
    Het scootermeisje wilde dit niet meer meemaken. Er kwam zwarte rook uit de dubbele uitlaat en alles was donker.

    Droom 1313

    8 augustus 2008
    ik herken de straat niet waar ik loop.
    het cafe is vol .
    opening van een expositie.
    een schildertroela die ik wel ken.
    de vage bloemen en cherubijntjes zakken van de doeken.
    gespijkerd tegen het plafond.
    hangend aan wanden.
    meneer schildertuthola ziet mij.
    dik en een beetje dronken.
    geeft mij een borrel.
    troost mij met de gedachte dat ik het nooit kan.
    ik weet niet waarom.
    was het vroeger anders.
    de straatstenen zijn nat en koud.
    kan ook beter op de stoep lopen.
    trottoir of stoep.
    meisje kent mij.
    ik ken haar nu niet.
    misschien straks wel.
    zegt dat blote voeten niet goed is.
    het regent.
    ik sta voor de etalage van de schoenwinkel.
    tweedehands halfhoge laarzen.
    passen als gegoten.
    het regent niet meer.
    ik loop naar het huis dat ik niet ken.
    hier woon ik of niet
    door mijn oogleden zie ik de muur.
    ontwaken brengt onzekerheid.
    twijfel glijdt langzaam weg.
    fade out.
    droom gaat over in werkelijkheid.

    Golfc(l)inic

    8 augustus 2008
    Laatst zag ik bij een kennis in de schuur een verdwaalde golfkar staan. Overblijfsel uit de tijd dat hij dacht dat golfen leuk is. Want iedereen kan tegenwoordig golfen, ook gewone mensen. Hun golfterreinen zijn voormalige agrarische percelen uit de ruilverkaveling of een verdwaalde afvalberg. Hier en daar een bultje en een overmaatse zandbak, wat vlaggetjes en je hebt weer een golfbaan voor het gewone volk. Een mooi setje gekocht bij de Macro. Een paar lessen en even oefenen zodat je niet steeds plaggen de lucht in mept. En dan eindeloos sjokken over je weiland.
    Nou heb ik niks tegen golf als sport, maar ik heb wel een bloedhekel aan een bepaalde groep golfers en golfsters. Vooral omdat zij de exclusieve rechten claimen op mooie natuurgebieden. Bij ons in de buurt heb je bijvoorbeeld de Noordwijkse Golfclub. Een van de mooiste stukken duingebied, afgezet met een hoog hek. En achter dat hek en de bordjes 'Streng Verboden Toegang' kun je ze soms in het echt zien lopen. En als je goed luistert kun je wel eens het hete aardappelgeluid horen. Of denk je een paard te horen maar dat blijkt dan het geluid te zijn dat de volkssoort in het reservaat voortbrengt als het vrolijk is. Bevoorrechting is alleen maar leuk als het zichtbaar is. Dus als een gewoon mens geluk heeft wordt hij uitgenodigd om een keertje in dat reservaat te komen spelen. Want dat hebben ze daar bedacht. Leden mogen zo nu en gewone mensen meenemen, zodat die gewone mensen beseffen dat ze gewone mensen zijn. Ook al golfen ze.

    Safari vervolg

    1 augustus 2008
    Ons grasbos is al weer ter ziele. Een of andere bemoeial vond het toch maar slordig staan. Die heeft de pachter er op aangesproken en die heeft er vervolgens een loonwerker met een enorme maaimachine overheen gejaagd. Wat wel leuk is zijn de twee hazen die bijna elke avond komen om zich te goed te doen aan het lager badgroen dat is blijven staan. Maar voor de minisafari hoef je niet meer te komen. Misschien volgend jaar? Ik laat het je weten.

    Safari

    15 juli 2008
    Onze tuin grenst aan een uitloper van de bollenvelden. Op dit moment ligt het land achter ons huis in zomerkleuren. Veel grijs van pas gerooid land, met daarop hier en daar nog een verdwaalde kist. Dichtbij lange bedden met het halfvolwassen groen van lelies. In de verte nog meer nieuw groen. Waarschijnlijk van dahlia's. De belofte van kleur over een paar weken.
    Als je door je door ons tuinhek gaat kom je eerst op een klein braakliggend terrein. Dit lapje grond is agrarisch gezien een probleem. De pachter kan het maar niet goed gedraineerd krijgen en laat het daarom maar braak liggen. Nu, na een aantal jaren, manifesteert de natuur zich daar met een ongekende planten weelde. Hoofdzakelijk veel verschillende grassoorten, maar daartussen ook tientallen andere plantensoorten.
    Vooraan vallen de hoge stijve groene stengels in het oog. Nu met sierlijke bruine bolletjes vlak onder de top.. Daartussen mooie graspluimen zacht wuivend in de wind. Paarse kegelvormige bloemen staan in groepjes bij elkaar. En tussen dat alles, gele boeketjes en roze trosjes op lange stengels. In de verte geheimzinnige manshoge witte pluimen.

    Als je dit veld in wilt gaan moet je voorzichtig zijn. De hoge distels zien er prachtig uit met hun azuur blauwe bloemen en witte pruiken, maar ze kunnen gemeen prikken. En ook de lange donkergroene brandnetels zijn weinig aangenaam voor de menselijke huid.
    Door deze rimboe heb ik met de grastrimmer en de elektrische heggenschaar een aantal paden gemaakt.
    Toen ik met m'n kleinkinderen aan de hand dit groene regenwoud binnen ging voelde ik hoe hun handje wat steviger houvast zocht in mijn hand. Met een ooghoogte van ongeveer een meter moet dit voor deze kleine mensjes een heel avontuur zijn. Om het ook zelf eens te ervaren ben ik op m'n knieën door de eigengemaakte junglepaden gegaan. En ik kan het van harte aan bevelen. Kom maar eens langs om het te proberen, op mini safari. Een lange broek is aan te bevelen en ik heb wel een paar werkhandschoenen voor je. Mocht je verdwalen dan ga je gewoon staan. Je kijkt dan als een vogel over het hele gebied. Je kunt ook het geluid van de kikkers volgen, dat leidt vanzelf naar de rand van dit regenwoud. Natuurlijk wil ik je ook wel gidsen.
    Alles wel op eigen verantwoording

    Nachtgedachten

    15 april 2008

    ...zelfbeeld ?
    Wat een ouwe kop. Soms als ik in de spiegel kijk komt het beeld me maar vagelijk bekend voor. Dat ben ik dus. Vaak ben ik m'n leeftijd niet bewust. Maar het zijn heel veel kleine dingen die je er steeds op wijzen dat je je tijd grotendeels hebt gehad. Dat je niet echt meer van deze tijd bent. Zoals muziek die ik leuk vind; bebop-achtige westcoast, het geluid van de jaren zeventig. De loopbaan is afgerond, de laatste track naar het einde, de opa-carrière. Tot de naald van de lp wordt gehaald. Dat was het wel man. Het moois van deze wereld is altijd overgoten met een sausje van heimwee. Ik zou graag nog sparen voor een echte Elferink (gitaar). Kunstschilder worden. Flamenco studeren.
    Typerend voor het eerste traject van de ouderdom zijn de verwoede pogingen om nieuwe loopbanen op te starten. Maar steeds kom je weer tot de ontdekking dat hobby's ook niet meer zijn dan hobby's. Het is te laat. Wat laatste signalen uit de periode van het werk van toen. Een logo dat wordt vervangen, lesmateriaal dat door anderen wordt aangepast, adreswijzigingen van studenten die je niet kent omdat je nog op een lijstje staat. De paar commissies die vooral niets te doen hebben. Alles wat je hebt bedacht, voor een groot deel nog in gebruik, maar waar je geen zicht meer op hebt. Ik peins nog wat na uitkijkend over de velden achter ons huis. De nacht zit in de donkere wolken. Het staketsel van de hoogspanningsmast staat alleen. De draden zijn al opgelost in de donkerende hemel. De lichten in de verte worden feller. Het einde van de dag stel ik uit tot na het "Oog" (dagelijks radioprogramma) als de volgende dag al weer wordt aangekondigd. Het wordt tijd om naar bed te gaan.

    Sloopboek

    5 april 2008
    Vandaag m'n manuscript ingeleverd. Ja, ik heb weer eens een boek gemaakt. Voor een deel nieuw geschreven en voor een deel samengesteld uit bestaand materiaal dat ik ooit heb ontwikkeld voor allerlei cursussen en opleidingen. Het zal geen mega oplage worden, want het is gericht op de kleinste commerciële doelgroep die je je voor kunt stellen. Rudimentair aanwezig, maar zal in de komende tijd wel groeien. Het gaat om projectleiders in aannemingsbedrijven binnen de sloopbranche.
    Het is een boekwerkje geworden van ongeveer 200 pagina's. De uitgever is BME, een bekend adviesbureau op het gebied van asbestverwijdering en sloopwerken. Het is de bedoeling dat al haar relaties een exemplaar van het boek krijgen als relatiegeschenk. Het komt ook het in de losse verkoop. Voor de toekomst wordt gedacht aan verschillende afgeleide opleidingsproducten.
    De definitieve presentatie van het boek is gepland op eind augustus van dit jaar.

    En ik kon het niet laten om er een serie cartoons voor te maken. Die komen op de linkerpagina voor het begin van elk nieuw hoofdstuk te staan.

    Lieve Mamma
    of 200 kaarten verder

    25 maart 2008
    Ik stuur m'n moeder elke week een kaartje. Vanaf het begin heb ik gekozen voor kaarten zonder enveloppe. Probeer die tegenwoordig maar eens te vinden. Het moet naar het schijnt altijd een dubbele kaart zijn in een enveloppe. Op de kaart staat de boodschap al voorgedrukt.Persoonlijk denk ik dan dat het minste wat je kunt doen is, zelf even de boodschap schrijven.
    Maar ik stuur dus een gewone kaart met een leuke foto of zo op de ene kant en een lege achterkant. Daar is rechts bestemd voor de postzegel en het adres en aan de ander kant schrijf ik altijd een, relatief gezien de beschikbare ruimte, uitgebreid bericht.
    Toen ik laatst weer in de Schiphorst was en ik mijn moeder zocht, die niet op haar plaats zat, zei de verpleegster tegen me:
    "O, u bent zeker Gerrit."
    Toen ik dat bevestigde ging ze verder:
    "Ik lees altijd de kaart voor die je elke week stuurt. Vind ik erg leuk om te doen."
    Ze keek me onderzoekend aan alsof ze toch wat beter wilde weten wie er nou achter die schrijverij zat.
    "Je schrijft mooi, over de kleinkinderen en zo en over houden van. We kijken er elke week naar uit."
    Ze was ondertussen gaan tutoyeren en had zich door het gebruik van de eerste persoon 'wij' ook al gepresenteerd als mede geadresseerde. Ze vertelde ook nog dat de kaart altijd wordt voorgelezen aan de koffietafel. Ik probeer nog steeds elke week onbevangen over ditjes en datjes aan m'n moeder te schrijven. En altijd te besluiten met het laten weten dat we aan haar denken en van haar houden. Maar ik kan het niet laten om bij het schrijven van de kaart toch ook te denken aan die verpleegster en aan de andere tafelgenoten.

    Anti Muziek

    25 februari 2008
    Tegenwoordig is muziek zingen. tenminste dat ga je denken als je naar de radio luistert. Ik luister dus veel naar de radio en ik hou van muziek. Maar ik hou niet van zingen. Vooral niet als anderen dat doen. Als je naar Radio 1 luister, om wat commentaar op het wereldgebeuren te horen, dan wordt het programma regelmatig onderbroken door muziek. Dat noemen ze zo. Het introotje is nog wel redelijk. Leuk gitaartje of een bigband rifje, maar dan....Altijd weer dat badkamer gejodel zonder enige herkenbare melodie. Eindeloze herhalingen van onbestemde keelgeluiden. Ik hou van instrumentaal, zang kan me in principe gestolen worden. Hoewel, een enkele nummer kan ik wel weer waarderen. Meestal heeft dat ook iets instrumentaals, zoals Bohemian Rhapsody van Queen. Of good old en ook al lang dood, Chet Baker.
    Waar houd ik dan wel van. Nou van heel veel. Van Chopin tot het Rosenberg Trio en van de fuga's van Bach tot flamenco en Franse musette, als er maar niet gezongen wordt. En jazz. Mijn huidige favoriet is Tineke Postma. Een Fries meisje dat eindeloos mooi saxofoon speelt. Twee keer zo goed als Candy Dulfer. Die laatste heeft voor me afgedaan sinds ze ook zingt, of wat daar voor door moet gaan.
    Een van de weinige praat programma's waar ook muziek in wordt gedraaid is Vroege Vogels op zondagochtend. Maar daarin is vaak het gezever weer niet om aan te horen. Het zijn van die natuurtypes. Je ziet het voor je, mannen met een snorloze ringbaard, gebreide pull over en een corduroy broek. Bij de vrouwen kan ik mij geen beeld vormen. Maar de muziek is altijd instrumentaal, van alles wat en heel verassend.
    Waar ik ook echt een hekel aan heb is voetbalmuziek. Voetbal voor de radio is hardstikke leuk. Vooral in Langs de Lijn. Maar de afgestudeerde imbeciel die daar de muziek uitkiest verpest het in ieder geval voor een deel van de voetbalminnende bevolking. Het deel waar ik toe behoor. Muziek zonder geblèr bestaat klaarblijkelijk niet voor de muzieksamenstellers in Hilversum. Maar er is hoop. Op een mooie woensdagmorgen luisterde ik naar een interessant praatprogramma. De enige muziek was een soort van eindtune annex opvulmuziekje. Bij de afkondiging werd naast de naam van de presentator ook de muzieksamensteller genoemd. Kijk, die heeft het begrepen.

    Beleggingsfilosofietje

    18 februari 2008
    Iedereen heeft dat gevoel wel eens: "Had ik maar iets met aandelen gedaan", of "Gelukkig heb ik geen aandelen." Dat laatste is nu weer aan de hand. De aandelenmarkt stort weer eens in. Zelf heb ik er direct weinig last van. Ik beleg niet en heb nooit belegd in aandelen. Het blijft me verbazen dat zoveel mensen lucht kopen en vervolgens hopen dat die lucht vanzelf meer waard wordt. Want een aandeel bestaat voor een deel uit lucht. Maar die lucht is al van te voren flink opgeklopt. Dus bij een beetje tocht zakt ze weer in. Hoe zit dat nu met die lucht. Nou, een aandeel vertegenwoordigt een stukje van de waarde van een bedrijf. Maar hoe bepaal je de waarde van een bedrijf. Je zou zeggen door gewoon de bezittingen bij elkaar op te tellen. Helaas is het veel minder eenvoudig. Het gaat er daarbij vooral om, wat de mensen denken dat een bedrijf waard is. Als je de mensen op de beurs kunt doen geloven dat jouw bedrijf veel waard is of dat het bedrijf in de toekomst veel waard wordt dan stijgt het aandeel. Veel mensen willen graag zo'n aandeel hebben en de prijs van het aandeel stijgt. Tot dat er iets gebeurd waaruit blijkt dat het mooie verhaal over het bedrijf niet klopt. Dus de fictieve waarde dondert in elkaar. De aandeelhouders raken in paniek. Ze willen van hun aandeel af, met alle gevolgen voor de prijs van het aandeel. Soms levert een doorgeprikte ballon een kettingreactie op binnen een bepaalde sector van de economie. En soms slaat het zelfs over op alle aandelen. Dan spreek je van een beurskrach. Maar geen nood, daarna worden alle ballonnen weer voorzichtig opgeblazen; met opgeklopte lucht. Er zijn mensen die erg rijk worden van het opkloppen van lucht. Ze zijn echter wel zo slim om hun luchtige lucht op tijd te verkopen en hun centjes op de bank te zetten.
    Ik heb mijn geld belegd in m'n huis en de grond waar het op staat. Voor mijn gevoel wel zo fijn. In aandelen kun je niet wonen. Maar tja, van wonen word je niet rijk.

    Guitarra

    1 februari 2008
    Naast tekenen is gitaarspelen voor mij een geliefde bezigheid. Ik speel van alles, maar het liefst zit ik wat te 'pielen'. Ik heb een kort test filmpje gemaakt.

    Bart



    12 januari 2008
    Bart gaat dood. Mijn collega-opa houdt het voor gezien. Hij heeft kanker. Aan het begin van de laatste zomer werd het bij hem ontdekt. Ik heb het hele proces gevolgd. Wel uit de tweede hand. Maar ik heb heel veel aan Bart gedacht. En als ik weer een bericht kreeg over de toestand van Bart dan had ik daar mijn eigen beelden bij. Zo heb ik deze reus in gedachten beetje bij beetje zien aftakelen. Nu, met het bericht dat hij nog maar een paar dagen heeft te leven, heb ik al die beelden gewist. Het beeld van Bart heb ik weer ingesteld op een jaar geleden. De grote vitale man, markante kop en z'n mooie stemgeluid. Als je het goed bekijkt heb ik Bart helemaal niet zo vaak gezien. Wat verbind me dan zo met hem? Ik denk dat het onze levenslijnen zijn. Lijnen die bij elkaar komen in onze kleinkinderen. Daarom zal hij ook nooit echt verdwijnen uit m'n gedachten. Kinderen moeten weten dat elk kind twee oma's en twee opa's heeft. Dat het zetje niet altijd meer compleet is heeft te maken met wat oma's en opa's zo bijzonder maakt. Ze zijn oud en dan dood.

    18 januari 2008
    Bart is gistermiddag overleden. Zo rond vier uur ontsnapte de zijn ziel aan het lichaam waarin het iets meer dan negenenzeventig jaren had vertoefd. Ons beider drieënhalfjarige kleinzoon was het er niet mee eens. Toen ik vandaag tijdens het oppassen met hem op de bank zat, kwam Bart even ter sprake.
    "Waar is mamma nou?" vroeg hij.
    "Die is naar Oma." antwoordde ik.
    "Naar Oma Haan?"
    " Ja naar Oma Haan en naar Opa Haan want die is ziek"
    Hij keek me aan alsof hij zich afvroeg of hij me wel in vertrouwen zou nemen.
    "Opa Haan is dood. Hij wordt begraven." zij hij toen en voegde er even later aan toe: "Dat vind ik niet goed."
    De dood van Bart zet wel aan het denken over de dood en de gevolgen daarvan. Je leeft er je hele leven naar toe. En als het gebeurd is zijn er een paar mensen, of soms heel veel, afhankelijk van je status op het moment dat je sterft, heel druk met je. Zelf merk je er waarschijnlijk niets van. Natuurlijk is het een aardige gedachte dat je nog even van achter een hoekje kunt kijken, maar persoonlijk ga ik daar niet van uit. Toch zullen heel veel mensen denken aan het oordeel van Bart over hoe z'n afscheid is geregeld en wordt uitgevoerd.
    Ondanks het feit dat ik ook al de pensioengerechtigde leeftijd heb bereikt, noemde Bart me altijd 'jonge man'. Zelf zag ik hem als een oudere collega; collega opa.
    Als ik hem de komende dagen nog tegenkom, bijvoorbeeld in een droom of in een geestverruimend ogenblik, verwacht ik dat hij zegt:
    "Zo jongeman, dit was het. Ik ga."

    23 januari 2007
    Vandaag is Bart begraven. Een imposante gebeurtenis. Hij is gegaan zoals hij leefde; in stijl. Een volle kerk, geanimeerde receptie, met de familie afscheid op een prachtige begraafplaats en afsluitend een buffet voor de familie. De pastor kondigde aan de kerkdienst kort te houden, want zo zou Bart het gewild hebben; vervolgens duurde het anderhalf uur. Eigenlijk was het allemaal erg ontspannen. Alleen dat Bart daar in de kist lag. in het midden van de kerk was erg onwerkelijk. Op het laatst had ik zelfs moeite om me voor te stellen dat Bart daar echt lag.
    Mooi was de eigenlijke begrafenis. Bart heeft een plaatsje gekregen op een klein kerkhof. Oude bomen spreiden daar hun kruinen over even oude stenen. Omdat het kerkhof wordt omsloten door huizen heeft het een dorpse uitstraling.
    Ook tijdens de feitelijke ter aarde bestelling weer de voor mij deels onbegrijpelijke rituelen van de pastor. Maar het heeft wel iets, al die aandacht voor de overledene. Maar ook die verwarrende paradox van ziel geest en lichaam. Immers, tijdens de kerkdienst werd mij duidelijk dat geest en ziel al lang onderweg waren en weldra zouden aankomen op de eindbestemming. Maar op de begraafplaats werd Bart nog toegesproken alsof ziel en geest nog aanwezig waren. Het stoffelijke is het modem dat zorgt voor een verbinding tussen de geesten van achterblijvers en degene die is vertrokken. De vraag is of het modem ook werkt tussen de vertrokkenen. Volgens mij zou dat best eens kunnen. In dat geval lopen er verbindingen voor contacten in het hiernamaals via de aarde.
    Bart, ik kom zeker nog eens langs. Natuurlijk voor jou, maar ook om dat kerkhofje te bekijken. Bijvoorbeeld wanneer het grote bloemveld in bloei staat en de bomen volle bladerkruinen dragen. Maar ook omdat het modem sterker doorkomt als je dichter bij bent. Daar ben ik redelijk zeker van.

    Koffie met appelgebal 4,75

    10 januari 2008
    Maandagochtend in november, vlak bij het centrum van Hilversum. Het trage begin van de week. De fietsenmaker, de bakker en de groenteman waren open, maar verder was alles nog gesloten. Langs de blauwe, hemel schoof een grijs paneel waaruit prompt wat regen viel.
    Ik stak de straat over naar Gooiland. Het complexe witte bouwwerk uit de jaren dertig van de vorige eeuw was oorspronkelijk een hotel annex theater. Van buitenaf gezien bevatte het gebouw in nu ook een bioscoop.
    De ijssalon op de hoek van het complex was gesloten. Op het raam de mededeling dat er pas half mei weer ijs kon worden gegeten. Ook achter de ramen van het poolbiljart was het donker. Links daarvan, terugliggend achter het terras, de donkere gevel, van grand café Duiker.
    De buitenkant schept verwachtingen van een trendy café. Aan de stamtafel oude TV coryfeeën. Koost Postuma neemt de kranten door bij een koffie verkeerd. Tegen lunchtijd slaat Tineke Verburg een whisky achter over en 's middags zit Mies Bouwman er aan de thee. Iets verderop de brede trappen naar de hoofdingang.
    Ondanks de maandagochtend stond op het bordes de aankondiging: 'Verse koffie met appelgebak, € 4,75.' Met de slordige krijtletters nog op m'n netvlies wilde ik doorlopen. Toen merkte ik pas dat ze naast me stond. Zij leek ook de koffiemededeling te bestuderen.
    Ze keek op haar horloge en zei: "Dat verwacht je eigenlijk niet op de maandagochtend." Ik had haar al gezien toen ik de straat overstak. Ze viel op door de poncho die ze droeg boven een broek die uit de lange zwarte laarzen kwam. Grijs kortgeknipt haar iets jonger dan ik. Mijn reactie op haar constatering verbaasde vooral mijzelf:
    "Mag ik u uitnodigen om met mij op het aanbod van deze uitbater in te gaan." Ze reageerde even quasi theatraal. " Dat mag u zeker en ik zal gaarne van uw vriendelijke uitnodiging gebruik maken."
    Ze keek me even aan en zei: "Kom op dan doen we even een bakkie doen tegen de eenzaamheid."
    Binnen was aangenaam warm. Zij liep door naar de verste hoek van het café. Aan de stamtafel zat een bejaarde heer de krant te lezen die hij uitgespreid voor zich had liggen. Hij keek over zijn bril om ons op te nemen toen wij passeerden. Later zag ik nog een twee dames op leeftijd aan een tafeltje, kennelijk ook overgehaald door de mededeling bij de ingang.
    Zij stopte bij een oude leren hoekbank die bij het raam stond. De ultieme loungeplek voor de maandagochtend. Ze drapeerde de poncho over de leuning en nestelde zich op het gekreukte leer. Onder de poncho droeg ze een beige corduroy jasje over een donkergrijze coltrui. Ze was slank en toen ik achter haar aanliep door het café zag ik dat ze op haar blokhakken iets langer leek dan ik. Ze had een mooi regelmatig gezicht. Het straalde zelfbewustzijn uit dat werd verzacht door mooie ogen.
    Ik had m'n schamele jack en m'n rode sjaal nog maar net naast me op de bank gelegd toen de ober al bij ons was om de bestelling op te nemen. Terwijl hij zich geruisloos heen spoedde om onze versnapering te bereidden keken we elkaar aan.
    "Maandagochtend", zei ze.
    "Titel voor een gedicht of een boek" , antwoordde ik.
    Zo kwamen we op literatuur. Het bleek dat we beiden graag de boeken van Mulisch lazen, en de gedichten van Lucebert. Met haar licht hese stem vertelde over episodes uit de Ontdekking van de Hemel als of het haar eigen belevenissen waren. We praatten over Cobra en mijn liefde voor de tekeningen van Rembrandt.
    Geen namen, in een stil verbond bleven we anoniem. De koffie en het appelgebak waren redelijk maar verbleekten in ons contact.
    Buiten was de regen opgehouden. Het werd allengs drukker op de rotonde waar we op uitkeken. De kerk aan de overkant ving het zonlicht dat voorzichtig over de huizen kroop.
    Wat mij betreft had ik nog uren willen blijven zitten. Nog meer genietend van de stiltes. Na een van die stille moment stond ze op
    "Ik moet gaan", zei ze.
    Toen we tegen over elkaar stonden, raakten onze ogen elkaar.
    "Moeten we vaker doen", zei als afscheid.
    "Ja", zei ik, "Maandagochtend."
    Ze knikte draaide zich om en liep door het café naar de uitgang. Ik zag dat ze, zowat onmerkbaar een blik van verstandhouding wisselde en met de grijze lezer aan de stamtafel. Toen ik buiten stond was het alsof het niet was gebeurd. Het enige dat was gebleven was een verlangen naar een volgende maandagochtend.

    Trouwens, het is helemaal niet gebeurd. Ik stond wel voor Gooiland. Ik heb haar gezien, maar dat was het. Ik ben gewoon verder richting het centrum gelopen met de mijn kleindochter in de wandelwagen. Best onhandig die trappen met een wandelwagen, bedacht ik me. Op de terugweg zag ik dat het bord was omgewaaid.

    Kerstkaarten

    17 december 2007
    Sinterklaas is het land nog niet uit of ik zit weer met de kestkaartenkoorts. Ik voel me namelijk, als gekend creatief persoon, verplicht om elk jaar weer met iets nieuws uit de hoek te komen. Dus de kerstkaart is een legitieme manier om deze en gene met een mini kunstwerkje van mij op te zadelen.
    In 1992 stuurde verstuurde ik 119 kaarten naar zakelijke relaties. Dit jaar, 2007, nog maar een enkel tiental. Daar komen nog tiental internetkerstboodschappen bij.

    Dit is de oudste zelfgemaakte kaart die ik in m'n digitale archief kon vinden (1995).


    En een klein overzichtje van de afgelopen vijf jaar:

    2002

    Op een groot vel een complexe tekening gemaakt. In vijfentwintig stukjes geknipt en elk stukje op een kaart geplakt. Op m'n website kon je het geheel bekijken.

    2003

    Het freubelgehalte was nog groter. Uit een gewone kunststof verfroller had ik sterretjes gesneden. Daarna er ecoline op gesmeerd en over een zwart-wit kopietje gerold.

    2004

    Een tekening van kleinzoon Nemo ingekleurd. Op A4 formaat gekopieerd en door midden gesneden. Geen enkele betekenis, maar vooral leuk.

    2005

    Een dubbelzijdige kaart. Op de pentekening mijn beide kleinzoons en onze hond Dirkje.

    2006

    Gezin met aanhang en kleinkinderen uitgebeeld als dennenboompjes. Mijn kleindochter zat nog onder de grond. Die is in januari geboren.

    En dit jaar?

    De Vier Heemskinderen

    12 december 2007
    Toen we zo'n zeventien jaar geleden ons huidige huis betrokken werden we ook de eigenaren van een aantal oude bomen. Naast een gigantische beuk en een monumentale den ook nog wat middelgroot spul. Tot dat laatste reken ik ook de vier zeer uit de kluitengewassen coniferen. Ze stonden broederlijk naast elkaar. Dicht bij de erfscheiding. Behalve groot, waren ze ook verwilderd. Ik heb ze onder mijn hoede genomen. Eerst de onderste takken weggesnoeid en iets later heeft een hovenier de toppen er uit gehaald. Daarna heb ik elk jaar de bomen aan onze kant geschoren. Op het laatst was het een groene muur die twee meter van de grond begon en reikte tot acht meter hoog. Ik noemde ze de Vier Heemskinderen. Het verhaal, waarin het ros Beiaard een hoofdrol speelt gaat over vier ridderzoons. Bij vier houdt de overeenkomst op, of het zou moeten zijn dat ook bij onze bomen duidelijk een van de vier de sterkste was, Reinout. Zwaar en breed, met grote takken uitwaaierend over het land, beschermde hij z'n broers tegen de westenwind. Ondanks m'n jaarlijkse snoeiwerk werden ze steeds hoger. Tot lang in het voorjaar en al vroeg in het najaar ontnamen de Vier Heemskinderen ons de zonnestralen die in ons landje toch al zeldzaam zijn. De groene reuzen waren een ondoordringbare muur voor het licht dat een mens zo nodig heeft. En daarbij zorgde de ontembare dorst van deze groene ridders er voor dat gazon en borders water en licht te kort kwamen. In het verleden beschermden ze een oude schuur van de buren. In de oudheid, voor onze tijd, stalde de toenmalige buurman, een bollenboer, er zijn Amerikaanse automobiel. Latere bewoners hebben de schuur gesloopt en vervangen door een armzalig houtenhutje op een ander plaats in de tuin. Op de plaats van de oude schuur werd ondermeer een gezellig terras gesitueerd. Helaas, de ridders schepten er een waar genoegen in om oude naalden en bast schilfers in de in de thee en op de taartjes te laten vallen. De buurvrouwen die later kwamen waren bepaald geen fans van ons groene viertal. Daarbij moet gezegd worden dat ze er aan die kant ook nogal onverzorgd uitzagen. De zuidwestenwind zorgde voor een lelijk soort openheid in de takken structuur. Esthetisch onderhoud was aan die kant zelden gepleegd. Dit alles heeft geleid tot de beslissing om Vier Heemskinderen om te hakken.

    Op vrijdag 7 december zijn ze geveld. Vier stoere houthakkers hebben onze ridders neer gehaald en voor zover mogelijk door de haksellaar gehaald. Aan het eind van de dag restten slechts een grote berg houtsnippers en een stapel dikke knoertige stambonken. Het deed me toch wel wat. Toen de grote Reinoout als eerste werd omgetrokken was er even de twijfel. Maar op het zelfde moment stroomde licht onze tuin binnen. Een oude kennis van mij is overtuigd van de aanwezigheid bij bomen van een ziel. Volgens hem moet er voor elke gekapte boom geofferd worden. En volgens een oud indiaans gebruik met tabak. Vandaar dat ik tijdens de middagpauze wat shag van een van de boomhakkers heb gepikt. Bij de elke enkelhoog afgezaagde stammen heb ik wat sliertjes tabak gelegd. De Vier Heemskinderen zijn weer waar ze thuis horen, terug in het oude verhaal.

    Neven en nichten dag 2

    25 oktober 2007

    Die nacht probeerde ik, zowel in dromen als in het wakker liggen beelden te vormen van neven en nichten. Neef Gert kwam in kaboutergedaante tot me om me vriendelijk te onderhouden over m'n onbetamelijke gedrag. Geen idee waarop dat sloeg. Misschien was er een relatie met m'n droom over Francoise Hardy die veranderde in nicht Hilda Bangma. Bloedmooi, maar onbereikbaar. Of ging het over de gekke plannetjes die ik met een uitbundige Hisje smeedde, om de boel eens flink in het honderd te laten lopen.
    De heenreis viel een beetje tegen. De enige file in Nederland op zaterdagmorgen was voor mij. En bij het kruispunt Hoevelaken reed ik per ongeluk recht door. Al met al kwam ik meer dan drie kwartier later dan gepland in Meppel. Eigenlijk had ik geen idee hoe ik bij het Kerkplein moest komen. Enkele jaren geleden was ik al eens verdwaald in het stadje waar ik m'n jeugd had door gebracht. Uiteindelijk vond ik toen een parkeerplaats op een warrig terreintje dat volgens mij eens de Kromme Elleboog was geweest. Nu volgde ik gewoon de borden 'Centrum', die me als het ware vanzelf leidden naar een parkeerplaatsje aan de achterkant van restaurant Oasis. Ik herkende het als het etablissement dat vroeger 'Kwint' heette. Vol verwachting stapte ik naar binnen.Het felle licht van de herfstzon buiten maakte dat het binnen erg donker leek. Het was er vrij druk. Het interieur deed denken aan half een dorpskroeg en aan half een grand café uit de grote stad. Aan een soort stamtafel zat een groepje mensen. Ik zocht tevergeefs naar herkenning. Ik zag een glazen deur die kennelijk naar een zijzaaltje leidde. Toen ik daar door heenkeek was duidelijk dat ik daar moest zijn. Ik ging naar binnen in wat vroeger de jeneverwinkel van Kwint was. Wat volgde was een feest van de herkenning. Toch had ik vroeger niet zoveel contact met de meeste mensen, maar ze waren wel een hele concrete verbinding met de eerste twaalf tot veertien jaar van m'n leven. Het gevoel dat me daar overkwam zou de bloedband kunnen zijn. Ik voelde meteen met het groepje aanwezigen een bepaalde verbintenis. Voor m'n broertje Peter is dat duidelijk. Maar ik voelde dat ook voor m'n op een na jongste nicht die ik alleen als baby of kleuter had gezien. Allemaal toch nog veel ouder als in m'n droom. Neef Gert begroette me duidelijk met m'n naam zodat iedereen ook echt wist wie ik was. Vervolgens kreeg ik een zoen van mail-bekende Hilde. Mailbekend omdat ik met haar vooraf wat extra mailcontact had gehad. De rest gaf ik keurig een hand. En ze was er; Francoise Hardy, ofwel Hilda. Daarnaast Hisje, energiek en ondeugend. Roel en Hilco zo herkenbaar. Harry, beminnelijk en wijs. En Niek, die ik tien jaar geleden nog tegen was gekomen. Tenslotte en mooie mevrouw, duidelijk veel jonger dan de rest, maar ook duidelijk m'n nichtje Margreet. Later zouden zich nog broer Aart en nichtje Evelien zich bij ons voegen. De laatste had ik in nog nooit in levende lijve mogen aanschouwen. Het viel niet tegen. Voor de deelnemers was een keurig boekje gemaakt met levensbeschrijvingen, foto's en verhalen. Dat ontsloeg je van de verplichting om alles te onthouden. De meeste conversatie besloeg hetzelfde als in het boekje.

    Harry, Hilda, Hilco, Evelien, Aart, Gerrit , Niek, Gert, Margreet, Hisje, Roel, Hilde, Peter.

    Voor mij was de groepsfoto aan de voet van de Meppeler Toren het einde van een geslaagde dag.

    Neven en nichten dag 1

    3 oktober 2007
    Oliver Sacks, de beroemde neuroloog / schrijver, zei : "Gedachten worden in mijn hoofd vanzelf vertaald in taal."
    Ik heb dat gevoel ook wel eens, maar helaas heb ik dan nooit pen en papier, of wat nog beter zou zijn, een tekstverwerker bij de hand. Mijn verhalen komen als halve dromen in m'n hoofd te voorschijn. Ik probeer de onderwerpen te bewaren. Er ligt dus van alles op de hersenplank. Soms is er zelfs al een stukje taal, maar de onderwerpen worden meestal weer ingehaald door de volgende ideeën.
    Daarbij word ik sterk beïnvloed door wat er om mij heen gebeurt. Op dit moment ben ik veel met familie bezig. Dat komt omdat m'n oudste neef het plan heeft opgevat om een "neven en nichten' dag te organiseren. Dat betekent dat ik over een paar weken een dag doorbreng met groep mensen, waarvan ik een groot deel de laatste vijftig jaar amper heb gezien. Een enkeling heb ik bij mijn weten zelfs nog nooit gezien.
    Het heeft waarschijnlijk met de leeftijd te maken dat je je in dergelijke escapades stort. Het grote retrospectief. Maak nog wat van je jeugd. Het ligt nog allemaal, min of meer, geschikt voor hergebruik ergens in de grijze cellen. Voor mij weer legio hersenschimmen die ik kan gebruiken. Mits ze aan de beurt komen. Ik ben al begonnen met mijn zusje Hilda. Ze is er die dag niet bij, want ze is overleden. Trouwens m'n andere zusje is er ook niet bij. Die zit in het buitenland. Ik moet het doen met m'n twee broers.
    Opoe, m'n grootmoeder van moederskant, had vijf dochters. En het gaat om de kinderen van die dochters. Totaal gaat het om een stuk of achttien mensen. Twee zijn er overleden en twee hebben aangegeven dat ze niet komen. Dus in het zaaltje kan ik op die zaterdag twaalf of dertien mensen verwachten. Gewoon maar kijken wat er gebeurt. Vast wel iets om over te schrijven, te tekenen en wat foto's. Ik hoop op een dag van herkenning en verwondering. Een halve eeuw bijpraten moet toch wel iets opleveren.

    Gokkers

    23 september 2007
    Er is, volgens mij, nog maar één sigarenzaak in ons dorp. Terwijl ons dorp toch, qua grootte, in de buurt van een stadje komt. In onze sigarenzaak is, sinds de klad is gekomen in de verkoop van rookartikelen, het assortiment uitgebreid met tabaksvreemde artikelen. Ik kom er soms voor een ansichtkaart of een krant. Hoewel ik niet rook, of misschien juist wel daarom, vind ik het in een sigarenzaak lekker ruiken. Dat is de reden dat ik soms wat lager doe om te beslissen over wat ik zal gaan kopen.
    Laatst was ik er weer eens om wat ansichtkaarten te zoeken. Daarbij ging het mij om de echte ouderwetse kaarten, zonder envelop. In een hoek vond ik gelukkig nog een klassieke draaistandaard met echte ansichten. Kaarten met vrolijke foto's van beesten, bloemen en mensen. En er waren ook de onvermijdelijke dorpsgezichten en zelfs een paar kaarten met de groeten uit ons dorp. Dat laatste verbaasde me omdat je dergelijke kaarten vooral vind in plaatsen met toeristen. Ze zagen er dan ook wat verlept en vergeeld uit. Maar wel mijn prooi. Met een tiental klassieke kaarten toog ik naar de toonbank. Daarachter de vrouw van de sigarenbaas. Hoewel, ik wist niet zeker wie wie was in dat rookbedrijf. Misschien was zijn wel de sigarenbazin en hij, die er op dat moment niet was, de meehelpende echtgenoot. Er waren twee klanten voor mij. De eerste was een vrouw die een staatslot wilde hebben. De lotenverkoopster, annex sigarenbazin, verdween achter een opeenstapeling van toonbanktroep en riep:
    "Wilt u een eindcijfer?"
    Een rare vraag, want wat moet je nou met een lot zonder eindcijfer. Het antwoord van de klant bracht helderheid, want ze antwoordde:
    "Nee hoor, doe maar wat. En twee Malboro".
    De sigarenbazin legde het staatslot en twee doosjes van het gevraagde sigarettenmerk op de toonbank. Ik was even helemaal in de ban van de tekst in grote zwarte letters op de sigarettendoosjes.
    "Roken kan de dood tot gevolg hebben."
    Ik hoor de sigarenbazin zeggen:
    "Moet je geen extra lot want er is een dikke jackpot te winnen." "Nee hoor, ik ben geen echte gokker."
    Ik bedacht cynisch dat ze met sigaretten toch wel een aardig kans had. Na een kort ritueel van betalen, inpakken, wegwezen en de groeten stapte de ander klant naar voren. Uit de vragende blik die hij me toewierp, bleek dat hij er zeker van wilde zijn dat hij voor mij aan de beurt was.
    Hij kocht een slof Gauloise zonder filter en twee pakjes zware shag met vloeitjes. Ik dacht nog dat is pas een geen echte gokker, die wil zeker zijn.
    "Dat is het?" vroeg de sigarenbazin en ze voegde er aan toe, "Misschien ook een staatslot? Je weet maar nooit".
    "Nee." zei de man ,"Ik gok niet".
    Hij had inmiddels betaald en met een routineus gebaar een pakje uit de slof gehaald. Ik keek naar de tekst op het pakje. En ik zag dat ik gelijk had, geen gokker.

    Accordeon

    30 augustus 2007

    Bij het opruimen van het huis van m'n moeder, toen ze naar het verpleeghuis ging, kwam ik een oud fotootje tegen. Dit plaatje is heel typerend voor een groot deel van m'n jeugd. De eerste vijftien jaar van mijn leven stonden namelijk in het teken van neef Gert. Twee huizen verder op, in dezelfde straat, was het huis van neef Gert. Hij was drie maanden ouder. Onze ouders zetten ons al in het eerste levensjaar bij elkaar in de zandbak. Daar ontstond een relatie die het beste te omschrijven valt als neefschap. We deden veel hetzelfde, de school, de padvinderij, met oude radio's prutsen en muziek maken. Onze ouders kozen voor de accordeon. Waarschijnlijk op aangeven van oom Evert die ooit een ouderwetse knop accordeon had bespeelt. Sinds die tijd is muziek maken een belangrijk aspect van mijn leven geworden. De accordeons op de foto zijn ons tweede instrument. We begonnen met een rode Hohner 32-basser. Hoewel ik na m'n zeventiende levensjaar geen accordeon meer heb aangeraakt, bleek dit voor mij het ideale basisinstrument. Door het pianoklavier leerde ik snel de algemene muziekregels. En met de baskant kwam ik veel te weten over de akkoordenleer. Door dat laatste ben ik de jazz gaan begrijpen. Ik heb redelijk succesvol klarinet en tenorsax leren spelen en ook daadwerkelijk veel in verschillende dixielandbands gespeeld. Toen ik een jaar of tien was heb ik me ontfermd over de gitaar van m'n zusje. Tegenwoordig, een dikke vijftig jaar later, is de gitaar het instrument waar ik nog dagelijks op speel.
    Goed nu terug naar de foto. Ik denk dat deze genomen is in een kindervakantiekamp in Hattum. De jonge in het midden is Andries. Eigenlijk een vriendje van Gert. Hij zat ook op de MULO en speelde redelijk piano. Ten tijde van de foto was mijn Gert-periode al in de laatste fase. We kregen allebei andere vrienden. Ik zocht ze vooral in de jazzscene, of wat daar in Meppel voor door ging. Gert bleef onze oude vriendenkring trouw. Daarbij kwam dat ik de MULO vroegtijdig had verlaten om naar de MTS in Zwolle te gaan.
    In gedachten ben ik de accordeon altijd trouw gebleven. Ik graag naar musette muziek. Op snuffelmarkten en in de plaatselijke kringloopwinkel zoek naar platen van de Three Jacksons, platen van Art van Damme en Johnny Meijer. Laatst in Hilversum heb ik nog lang staan luisteren naar een Russische straatmuzikant, die virtuoos een heel oude accordeon bespeelde. Ik zou best nog eens op een accordeon willen spelen, maar ik denk dat het zwaar tegenvalt.
    Laatst toen ik niet kon slapen en in bed in het donker lag te staren heb ik ons oude accordeonrepertoire nog eens naar voren proberen te halen. Op een gegeven moment lag ik zo hard te neuriën dat m'n vrouw wakker werd en me aanstootte. "Gerrit je droomt." Ik deed maar alsof ik wakker schrok en stamelde, " Ja, ja bedankt." En ik draaide me zeer tevreden om omdat ik me nog zoveel kon herinneren.
    De volgende ochtend zei mijn vrouw dat ik eerst in m'n slaap had liggen zingen en daarna zeer onmuzikaal was gaan snurken. 't Is maar wat je liever hebt.

    Schilderdip

    5 juli 2007
    Er wordt wat af gekliederd in Nederland. Helemaal niet erg, want schilderen en pottenbakken zijn bevrijdende tijdverdrijvers. Het stikt ook van de klasjes, clubjes en groepjes die zich daar mee bezighouden. Vaak onder leiding van een 'echte' kunstenaar. Bij ons in het dorp heb je de Vrije Academie. In een recent verleden ben ik daar zelf ook twee jaar lid van geweest. Het was er vooral gezellig. Maar wat me meteen opviel, was dat de Academie hoofdzakelijk wordt bevolkt door vrouwen. De paar mannen die daar rond lopen, daarvan heb je de indruk; daar is iets mis mee. Trouwens, daar was ik er een van. En als je verder om je heen kijkt dan ontdek je dat vijfennegentig procent van de amateur-kunstenaars bestaat uit vrouwen. Naar alle waarschijnlijkheid, voor het overgrote deel huisvrouwen. Persoonlijk vind ik het resultaat niet om aan te zien. Maar tijdens de jaarlijkse exposities komen alle familieleden, vrienden en kennissen hun bewondering uiten. Het gevolg is nog meer keukentafelkunst.
    Waar blijft die troep eigenlijk?
    Hoe zit het met de milieuaspecten?
    Is het allemaal natuurlijk afbreekbaar, of zitten hele generaties er mee opgescheept?
    Persoonlijk ben ik van deze gedachten schildertechnisch in een dip geraakt. Ik ben er van overtuigd dat ik niet kan en wil m'n omgeving niet opzadelen met ongewilde amateurkunst. Om te mogen schilderen moet je een diploma hebben. Het moet je beroep zijn. Amateurs mogen natuurlijk blijven schilderen, maar dan moeten ze zelf voor de afvoer zorgen. Voor verf en doeken moet een verwijderingsbijdrage worden ingesteld. Dus mijn schilderknutsels gaan binnenkort op de brandstapel. Ik beperk me nu tot tekenen en schrijven. Tekeningen gaan gewoon mee met oud papier. M'n schrijfwerk kost een paar een bits op de harde schijf en kan met een druk op de knop worden gewist.
    Maar wat zou ik graag schilderen. Helaas ik durf niet meer. Dat komt door al die schilderende huisvrouwen. Dames, wat is er mis met borduren, macrameeën, haken en breien?

    Merkentrouw versus klantentrouw.

    29 juni 2007
    Mensen willen zich onderscheiden. De een wat minder als de ander, maar in elk mens zit een behoefte aan individualisering. Maar de paradox is dat ze, om zich te onderscheiden, dan toch weer bij een groep willen horen. Dat laatste komt bijvoorbeeld tot uiting in merkentrouw.
    De marketingjongens en meisjes maken daar dankbaar gebruik van. Zelf heb ik dat ook merkentrouw. Voor mij zijn Apple en Saab. Merken die ik nu al weer tientallen jaar trouw ben. Ze zijn beiden ongeveer in dezelfde tijd in m'n leven gekomen. De laatste tijd ik heb het gevoel dat de liefde steeds vaker van een kant komt, namelijk van de mijne. Mijn Apple boer Apllestore), natuurlijk de laatste twintig jaar steeds groter gegroeid, heeft me al een paar keer laten zitten. En Saab houdt al helemaal geen rekening meer met mijn behoeften. Ik ben verliefd geworden op het merk toen de prachtige 900 kwam. De laatste negen jaar doe ik het met de 9000. Het merk is langzaam verworden tot burgermansconcept. De laatste 9.3 is gebouwd voor de doorsnee vertegenwoordiger en de 9.5 is te saai voor woorden. Dus voor mij wordt de keuze wel heel erg moeilijk.. Mijn oude 9000 munt nou niet bepaald uit in originaliteit, maar ze heeft nog wel iets. Eigenlijk moet die nu vervangen worden, maar ik probeer haar toch maar in de vaart te houden. Het liefst zou ik nu een mooie klassieke 900 kopen. Maar dan wel met alle moderne gemakken van de hedendaagse modellen. Trouwens Saab zou ook weer eens een echte Saab kunnen ontwerpen. Ik wil weer opnieuw verliefd worden.
    En dan de Mac-liefde. Deze week heb ik de eerste echte grote zeperd gehaald bij Apple. Alle kleine ongemakken nam ik tot nu toe voor lief. Er staat immers zo veel moois tegen over. Maar deze week hield de iBook van m'n vrouw er op eens mee op. Alle trucjes die ik kende hielpen niet om het mooie, elegante, maar ook dure apparaat weer aan de praat te krijgen. Dus op naar de Apple winkel. Daar vernam ik van de techneuten dat helaas het moederboard kapot is. De kosten worden geraamd op circa achthonderd euro, exclusief BTW. Helaas zes maanden buiten de garantie. Natuurlijk is het absurd dat een hoogstandje van techniek er na anderhalf jaar mee op houdt. Ik heb echt het gevoel dat de Windows-mensen me uitlachen. Want deze zelfde week viel een foldertje in de bus met daarin aanbiedingen voor laptops voor vijfhonderd euro. Helaas, ik heb m'n hart gegeven aan een duur merk. De goedkoopste laptop van Apple, de MacBook 13", kost een kleine 1100 euro, ex BTW. Voor een wat ruimer scherm ben je al een kleine 1600 euro ex BTW kwijt. Goed, daar krijg je wel heel wat leuke software bij. Zoveel, dat ik aan het meeste nooit toekom. Maar ze blijven mooi, heel mooi. Dus ik blijf Apple geweldig vinden en hoop dat het omgekeerd ook zo zal blijven. Afwachten of mijn geliefde Applestore me enigszins tegemoet komt om de klap van het kapotte moederboard wat dragelijker te maken

    Paul

    28 mei 2007
    Weet je wie ik spuugzat ben? Gewoon Paul de Leeuw. In het begin van z'n loopbaan vond ik hem nog wel aardig, lekker spontaan en best wel aparte humor. Alleen als hij ging zingen dan luisterde en keek ik gewoon even niet. Daarbij was het feit dat hij niet kan zingen niet doorslaggevend. Maar het was vooral de stuitende arrogantie. Nog steeds straalt hij het uit: "Ik ben een vreselijke goede zanger!" Terwijl z'n muzikaal gebral eigenlijk niet om aan te horen is. Valse trillers, inzetten die er steeds weer naast zitten en een dramatische mimiek waar de meligheid van af druipt. Dus oren en ogen dicht als onze Caruso aan de slag gaat.
    Maar mevrouw Keur, de baas van de Vara had opeens een probleem met de zaterdagavond, Kijkcijferkanon Spijkerman maakte de meest ongelukkige move van z'n televisieleven en tante Keur stond voor het blok. En op dat blok stond stralend onze Paul. En dat heeft TV kijkend Nederland geweten. Ze liggen in een deuk van de sadomasochistische behandeling van Adje, de grove seksuele ontboezemingen van Paul en de knullige acts van mensen uit het publiek. En Paul die met een lekkere knul naakt de sauna in gaat, niet van het lekker afgetrainde boven lichaam van een vijftiger af kan blijven en zelf in bikini met een meisje van een jaar of vijftien, ook in bikini, onder de douche gaat. Daarbij weet hij elke uitzending weer een studio vol publiek te mobiliseren, waaruit hij altijd wel een pubermeisje of een huisvrouw met een verzoeknummer naar voren peutert.
    Waarom kijk ik dan toch. Er zit toch een knop aan dat toestel? Ik kijk, gewoon om me lekker te verbazen over Nederland dat zich opwindt over een honddrol, maar op zaterdagavond een onmetelijke massa viezigheid over zich laat uitstrooien. Voorlopig was het weer de laatste keer. Mocht je er niet genoeg van hebben dan kun je nog naar z'n show in het Gelredome. Het toppunt van lekkere zelfkwelling. Maar ik ga niet. Ik wil daar niet gezien worden. Maar er zijn vast heel veel mensen die het lekker vinden.

    66

    10 juni 2007
    Zesenzestig. Magisch getal. Alleen al door de geometrie en de omkeerbaarheid. Kan met negenennegentig ook, maar de krul naar boven is toch iets positiever. De zes alleen is zo mager en bij drie zessen wordt het zo druk. Nee geef mij maar zesenzestig. Daarbij komt de associatie met het goede leven. Route 66, dikke Harleys, nostalgische benzinepompen en hamburgers. De droom van de lange weg door Amerika en avontuur. Het Zwitserleven gevoel in optima forma.
    Mijn eerste ervaring als motorfietsbestuurder was een eenmalige joy ride op de Jawa tweevijftig van slager Lippinkhof. Hij had het vehikel tijdelijk gestald in de garage van mijn ouders. En toen zij mij op een donkere avond alleen lieten heb ik het rode monster van de standaard getrokken. Tot die tijd had ik al heel wat keertjes droog gereden. Brommend op de buddyseat, sturen en schakelen. Maar die avond heb ik echt de contactsleutel in de koplamp geduwd en de benzinekraan open gedraaid. De motor reageerde na twee keer op de kickstarter. Ik heb eerst wat rondjes gereden op de verlaten binnenplaats achter ons huis. Daarna ben ik via het Bleekerseiland naar Hesselingen gereden. Zonder ongelukken ben ik weer thuis gekomen. Het was duidelijk; motorrijden was mijn toekomst.
    Helaas ben ik nooit verder gekomen als een 'dikke' Heinkelscooter. Maar m'n motorrijbewijs, ook gehaald op een scooter, toen nog een oude Bella, heb ik nog steeds en is ook nog geldig. Eigenlijk is zesenzestig de ultieme leeftijd om weer op de motor te stappen en dan toch nog de Route 66 te rijden. Ik kan natuurlijk ook m'n neef Gert vragen om nog eens samen van Meppel naar Den Hulst te gaan, per fiets met hulpmotor. Twee keer zesenzestig op Route 66 van het Staphorsterveld.

    Vliegende Hollander

    20 mei 2007

    Vier jaar, de leeftijd dat je naar de grote school gaat. En je bent oud genoeg voor een skelter. Kleinzoon Nemo heeft een rode skelter gekregen. Een soort racemobiel voor op de stoep, met handrem en vrijloop. Op de eerste proefrit moest ik al een oude mevrouw redden die argeloos met een bosje bloemen haar tuinpaadje af kwam lopen. Vroeger kregen bevoorrechte knaapjes een trapauto. Maar stoerder was een Vliegende Hollander. Genoemd naar het spookschip dat in stormnachten op de oceanen de verschijnt aan zeelieden. Meestal rond Kaap Hoorn en Straat Magelhean. Het speeltuig leek op een roeimachine. Voortbeweging ontstond door een stok naar je toe te halen die vervolgens een krukas op de achterwielen in beweging bracht. Sturen deed je met je voeten. In de gezinnen onder modaal werd het apparaat vaak zelf gebouwd. Mijn vader heeft dat niet gedaan. Hij was meer van de niet mobiele knutselarijen. Zelfs m'n eerste fiets is door ooms in elkaar geknutseld. Nieuw zijn Vliegende Hollanders waarschijnlijk niet meer te koop, maar op Marktplaats worden ze wel aangeboden. Waarschijnlijk niet erg aantrekkelijk voor de hedendaagse jeugd, want er wordt nauwelijks op de advertenties gereageerd. Hierbij enkele foto's van Marktplaats en een eigen ontwerp.
    <

    Hoop

    5 mei 2007
    De Nationale Dodenherdenking. De Dam Amsterdam staat weer vol met hoogwaardigheidsbekleders. Als de trompet is uitgeklonken sta ik voor het raam. Het verkeer gaat schijnbaar onverdroten door niet gevoelig voor de nationale oproep om even stilte in acht te nemen. Op de TV gaat de reportage van de herdenking door. Een man met een kaal hoofd in een grijspak kondigt de diverse kransleggers aan. De vertegenwoordigers van die en van die krijgen hun krans aangereikt van padvinders en zeeverkenners. en schrijden vervolgens naar het voor hun krans bestemde staketsel. Allemaal net als andere jaren, dus voorspelbaar. Ook voorspelbaar dat er een gedicht wordt voorgelezen door een jongere.
    En dan gebeurt het. Een meisje leest een gedicht voor. Zo mooi en zo ontroerend. Zij is de winnares van de poëziewedstrijd voor jongeren die het Nationaal Comité elk jaar organiseert Niet alleen het gedicht is van een oneindige schoonheid. Ook de voordracht heeft een ongekende dramatische expressie. Het zal mij niet verbazen dat we nog veel van Karen van der Aalst gaan horen.

    Hoop

    Karen van der Aalst



    Hoop verbrokkelde,
    Tot het puin in de straten,
    Dat de getuige onderwierp,
    Aan zijn laatste verhoor.

    Zijn zwijgen overstemde,
    Wat hij niet had willen horen,
    Wat hij niet had willen zien,
    Maar wat deel was van hemzelf.

    Een laatste zucht,
    Werd door het stof geblazen,
    Om dat wat was verbrokkeld,
    Hoog op te laten waaien.

    En zich - opnieuw - te laten opbouwen,
    In de harten van de mensen.

    Yoep

    25 april 2007
    Een van de verworvenheden van internet is voor mij dat ik de columns uit de NRC kan lezen zonder daarvoor de deur uit te moeten. Nou kan ik natuurlijk ook een abonnement nemen op die krant, maar daarvoor vindt ik het toch zonde van het papier. De NRC is een krant die mij, behalve de columns niet echt aanspreekt. Te populair in te veel grijze streep maatkostuum; te Sjors Kelderiaans. Het Parool is veel gezelliger, maar van die krant komen de nadrukkelijke Amsterdampagina's van de eerste helft van de week me steeds weer de strot uit. En op internet kan ik de columns nooit vinden. Maar de NRC is wat dat laatste betreft heerlijk. Drie keer per week het goed te pruimen oudelullen gemeier van Jan Blokker, de gezellige trutverhalen van Aaf Brandt Corstius en het hoogte punt, een keer per week Yoep. Het column orgasme van de NRC week. Heerlijk, en ik hoef er niets voor te betalen. Natuurlijk moet ik wel een paar advertenties verwerken, maar dat neem ik voor lief.
    Yoep; heerlijk dat gekanker. Zo zou ik zelf willen schrijven. Zoals Yoep de wereld overgiet met pek en veren, eigenlijk nog erger, met poep en pies. Maar hij krijgt ook z'n portie terug. En dat laatste daar kan ik niet zo goed tegen. Yoep mag schuttingtaal gebruiken en iedereen voor rotte vis uitschelden, maar dat durf ik niet. Te bang voor kritiek. Zeker voor kritiek uit m'n naaste omgeving. En het zijn juist die mensen, het aantal kun je op een hand tellen, die mijn stukjes lezen. Ik doe het dus ook niet en daarom ga ik helemaal voor de stukjes van Yoep. Dus iedereen die dit leest verwijs ik dus naar Yoep in de NRC. Dus lees Yoep, dan lees je mij. Misschien dat ik m'n geheime stukjes ook nog wel eens publiceer. Voorlopig stuur ik ze maar naar Yoep.

    Mannen onder elkaar.

    10 april 2007
    Een mooi moment met m'n kleinzoon van bijna vier jaar in het zwembad. Ik had de kleren en de tas opgehangen. Kleinzoon sleepte de grote gele zeehond richting de douches.Ik vond dat we nog even moesten plassen en hij was het er mee eens. Hij veranderde van richting en sleurde het grote gele gevaar richting de toiletten. Het zwembad heeft naast de gewone urinoirs een urinoir op kinderhoogte. Dus we gingen allebei naast elkaar voor de voor ons geschikte pisbak staan, deden onze zwembroek naar beneden en lieten het water lopen. Als een grote kerel, iets achterover geleund stond hij z'n straaltje te richten op de richtvlieg die ook in zijn pisbakje aanwezig was.
    "Opa, er zit een vlieg in de wc".
    "Bij mij zit er ook een, maar dat is geen echte hoor."
    "Ik plas er tegen aan maar hij gaat niet weg."
    "Dat moet ook niet want dan kunnen andere plassers er ook nog tegen aan plassen."
    "Opa de zeehond hoeft niet te plassen he?"
    Ik keek even naar het gele gevaar dat achter ons de weg versperde naar de overige toiletten.
    "Nee dat lijkt me niet."
    Hij keek even op van z'n straal en richtwerk.
    "De zeehond plast in de gewone zee."
    "In de gewone zee?"
    "Niet in de wc toch?"
    Daar moest ik even over nadenken. Natuurlijk je hebt de zee voor vissen en zeehonden en de 'weezee' voor mensen.
    Mannen plassen vaak gezamenlijk. Elke man herinnert zich nog wel het wedstrijdje, wie het verste kon pissen in de sloot. Of de gesprekken tussen de schaamschotten van een rijtje urinoirs. Ik herinner me een geval in een zeer prestigieus conferentieoord. Naast mij stonden twee mannen in grijze krijtstreep kostuums. Al pissend en zonder op mij te letten werd er een miljoenendeal gesloten.
    En toen ik eens stond te pissen naast een wat oudere heer klonk er een duidelijk hoorbare scheet. Hij keek me aan en zei:
    "Schippersgeluk" Ik keek hem vragend aan en hij lichtte toe:
    "Wind van achteren en water van voren."
    Zaken die door mijn hoofd schoten toen ik daar stond, naast m'n kleinzoon. Een uniek moment.
    "Er is geen papiertje om af te vegen".
    "Even een beetje schudden", zei ik.
    Heel serieus volgde hij m'n aanwijzing op, trok z'n zwembroek op en trok enthousiast de zeehond in de richting van de douches.

    Marktplaats.

    27 maart 2007
    We zijn in huis aan het opruimen geslagen. Veel restanten kunnen gewoon direct bij het oud vuil, maar tegenwoordig gebeurt het steeds vaker dat je denkt, 'Zou dit nog wat waard zijn?' En dan is daar Marktplaats.nl.. Ik ben er voorzichtig mee begonnen. Al gauw ontdek je dat je rond struint op het een enorme virtuele berg van rommel waarvan optimisten hopen dat anderen daar belangstelling voor hebben. Mijn eerste poging als verkoper was het aanbieden van een redelijk complete serie Ludlum boeken. De enige reactie was een bod dat onder de oudpapierprijs lag. De boeken zijn uiteindelijk naar de kringloopwinkel in het dorp gegaan. Mijn Apple computer, een iMac-bolletje met een 17" scherm was wel heel snel weg. Werd op de eerste avond meteen opgehaald. Daarna nog veel reacties gehad. Dus ik bleef zitten met het gevoel dat ik het ding wel erg goedkoop van de hand had gedaan. Een iets oudere computer raak ik aan de straatstenen niet kwijt. Het motto; 'Gratis af te halen', leverde 2 reacties op . De eerste man is nooit op komen dagen Bij de tweede reactie, telefonisch, ben ik vergeten het telefoonnummer of emailadres te vragen. Een oude bakelieten hangtelefoon heeft een bod van een tientje op geleverd. Zit ik wel een beetje mee, eigenlijk geen idee wat het apparaat echt waard is.
    Maar ik heb wel iets veel leukers ontdekt. Exposeren op Marktplaats. Ik ben namelijk ook amateur schilder. En dan bedoel ik niet van kozijnen en deuren, maar kunst. Ik zet schilderijen en tekeningen t.e.a.b. op Marktplaats. Niet direct met de bedoeling om ze te verkopen, maar vooral om te exposeren. Afhankelijk van de titel heb je al gauw enkele tientallen bekijkers. Het schilderij 'De poppenspeler' kreeg zevenendertig kijkers. De meer spannende titels scoren hoger. Mijn schilderij "Naakt" scoorde in een week meer dan honderd bezoekers. Een schilderij van Herman Brood getiteld "Oh Kut" scoorde in twee weken 2764 kijkers. Dus ik ben nieuwe namen voor m'n schilderijen aan het verzinnen. Zoek binnenkort op Marktplaats maar eens onder 'Topless', 'Slipjes', 'Love', 'Fetish', 'Erotica', 'Hiddenlips', enz. Best kans dat je daar ook een schilderij of tekening van mij aantreft. Conclusie; de naam is belangrijker dan de inhoud. De eerste les voor de reclame business. In plaats van 'Mooie oude telefoon' zal ik nog eens adverteren met 'Antieke telefoon'. Als dat niets oplevert wordt het waarschijnlijk 'Geile telefoon'.

    De brillenwinkel.

    1 maart 2007
    Ze stond met de rug naar de winkeldeur toen ik binnenkwam. Een uiterst vriendelijke man was op een intieme manier met haar hoofd bezig. Mannen van brillenwinkels zijn voor mij erg irritant. Als je een bril komt uitzoeken dan zetten zij de bril op jouw hoofd nadat ze je oude bril voorzichtig afgepakt en weggelegd hebben. Ze laten duidelijk merken dat het absoluut niet de bedoeling is dat je dat zelf doet. Stel je dat je in een kledingwinkel zelf niet je broek mag passen. Dat de winkelbediende bij je in het pashokje komt staan om voorzichtig je broek uit te trekken en je daarna, met veel egards een nieuwe broek aan te trekken.
    In de brillenwinkel had schijnbaar het echte modelleerwerk aan het niet passende montuur reeds plaats gevonden. De brillenman was nu bezig om op een zeer amicale wijze aan haar bril te friemelen, ondertussen haar ondervragend over haar wat zij voelde van de veren en de neusbrug. Zij keek de man dankbaar aan en zei dat het zo goed was. Maar voor de man was het niet genoeg. Heel voorzichtig nam hij haar de bril weer af, ondertussen tersluiks haar voorste krullen beroerend. Ik zag dat hij zachtjes met zijn pink langs haar wang streek.
    "En nu de finishing touch", zei hij terwijl hij de bril teder tussen duim en wijsvinger in de lucht hield. Hij draaide zich om en liep zwierig naar achteren, verdween even door een opening in een duistere hoek van de winkel en was even later weer terug. Hij liep, een en al tederheid uitstralend weer naar haar toe en plaatste met nog meer tederheid het stalenmontuurtje weer op haar mooie hoofd, dat ze reikhalzend naar hem uitstak. Ze keek hem aan met devotie, met die heerlijke blik waarvan je denkt dat je liefste die alleen voor jouw bewaart. De man beleefde haar dankbaarheid in een orgastische trance. In het naspel begeleidde hij haar naar de uitgang om haar buiten op een bloeiende magnolia te wijzen. Dankzij de wonderbare handen van de brillenman zag zij die nu in alle schoonheid. Zij schonk hem haar stralende glimlach.
    Hij keerde terug naar z'n winkelparadijs; op naar de volgende engel. Wat kan het brillenvak toch mooi zijn.
    "Dag meneer, wat kan ik voor u doen?" zei hei tegen mij. Ik griste mijn bril van m'n hoofd voor hij z'n hand had uitgestoken.

    Bouwbeurs en opleidingen

    Op de vrijdag van de tweejaarlijkse Bouwbeurs ben ik naar de Jaarbeurs in Utrecht getogen. Aan het begin van de beursdag was het al behoorlijk druk, maar toen ik eindelijk in Hal Negen was gearriveerd kwam er een weldadige rust over me. Slechts een enkele bezoeker leek geïnteresseerd in ICT en Kennisoverdracht. De standhouders stonden vooral met elkaar te keuvelen. Ik zocht natuurlijk meteen de opleidingenhoek. Daarvoor moest je achter in de hal zijn, daar waar het echt stil werd. En wat ik daar zag werd ik niet echt blij van.
    Fundeon, Bouwradius, de KOB en de BOB stonden netjes in een carré, met de ruggen tegen elkaar. Verder dan een tafeltje en een standaardje met wat folders en wat ronddrentelende heren reikte de fantasie niet. De BOB ging wat verder. Ze hadden een paar foldermeisjes ingehuurd. En er werd zo nu en dan een tenenkrommend toneelstukje opgevoerd. Waarschijnlijk was het de bedoeling om te laten zien hoe het er bij de hedendaagse opleidingen niet toe gaat. Maar ik vroeg me af of de enkele toeschouwer die even bleef staan dat wel heeft begrepen. Overigens in de stand van de BOB voor mij geen enkele bekende. Bij de stand van Bouwradius even met Peter Beunk staan praten. Hij is de marketingman van zijn club en was ook treurig gestemd over het beursgebeuren. In het kwartiertje dat ik daar stond is er zegge en schrijve een belangstellende geweest voor wat mondelinge informatie en konden twee foldertjes worden geplaatst bij argeloze voorbijgangers. De foldermeisjes van de BOB zagen het ook niet meer zitten en gingen aan elkaar folders uitdelen. Bij Fundeon en de KOB was helemaal niets te beleven. Wat opviel, was het ontbreken van de reguliere opleidingen. Niets van de Samenwerkingsverbanden, niets van ROC's en maar een hogeschool. Alleen de Hogeschool Utrecht had een klein armetierig hoekje ingericht, vlak bij de nooduitgang. Kortom, wat opleidingen betreft, mijn oude vakgebied, een en al droefenis. Later toen ik over de andere gebieden van de Bouwbeurs zwierf, begreep ik het. De Bouwbeurs is kennisoverdracht! Massa's bouwvakkers verdrongen zich bij een stand waar een man in een oranje tuinbroek met een nieuw model boorhamer een gat in een stuk beton probeerde te krijgen. Of waar een jufrouw in een glitterjurk het werk van een blokkensteller presenteerde. Op de Afbouwbeurs, een apart gedeelte van de beurs, was het ook een en al belangstelling. Overigens daar vermoedde ik ook veel particuliere en beunbelangstelling van de bouwvakkers.
    Tenslotte, op het gebied van opleidingen ook een heel positief punt. De Bouwprijs in de categorie Dienstverlening en Communicatie ging naar Construction Media met de VGMBox. Daarmee won een oude bekende van mij, Harry van Sambeek, die prijs al voor de tweede keer. Maar over mijn ontmoeting met Harry een ander bericht.

    Home